De universele tien geboden van God. Het werkt!

  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 100%

 

Exodus 20:1-17
 

20:1

Toen sprak God al deze woorden:

20:2

Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.

20:3

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

20:4

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

20:5

Gij zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de HERE uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten,

20:6

en die barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en mijn geboden onderhouden.

20:7

Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn Naam ijdel gebruikt.

20:8

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt;

20:9

zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen;

20:10

maar de zevende dag is de sabbat van de HERE, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de vreemdeling die in uw steden woont.

20:11

Want in zes dagen heeft de HERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevenden dag; daarom zegende de HERE de sabbatdag en heiligde die.

20:12

Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land dat de HERE, uw God, u geven zal.

20:13

Gij zult niet doodslaan.

20:14

Gij zult niet echtbreken.

20:15

Gij zult niet stelen.

20:16

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste.

20:17

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

20:18

En het gehele volk was getuige van de donderslagen, de bliksemstralen, het geluid van de bazuin en de rokende berg. Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan.

20:19

En zij zeiden tot Mozes: Spreek gij met ons, dan zullen wij horen; maar God spreke niet met ons, opdat wij niet sterven.

20:20

Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt.

20:21

Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was.

20:24

Op elke plaats waar Ik mijn naam doe gedenken, zal Ik tot u komen en u zegenen.

20:25

…dan moogt gij het niet bouwen van gehouwen steen; wanneer gij dat met uw houweel bewerkt, ontwijdt gij het.

20:26

Ook moogt gij niet langs een trap naar mijn altaar opklimmen, opdat daarop uw schaamte niet zichtbaar worde.

 
Het volk staat daar onder aan de berg. Donderslagen, bliksemstralen, het geluid van een bazuin en een rokende berg. Dat moet een angstaanjagend gebeuren zijn geweest. Ze zijn dan ook bang. Wat moet dat worden? Wat een almachtige God hebben we. Hoe is het mogelijk dat die God zo dicht bij de mensen komt. Mozes zegt: Vrees niet, want God is gekomen om u op de proef te stellen, en opdat er vrees voor Hem over u kome, dat gij niet zondigt. Als je die almacht van God ziet, als je weet dat God groot is, dan wil je toch niet anders dan Hem gehoorzamen? Dan vlucht je weg van de zonde. Want wie kan zich voor die God verbergen? Alles ligt open voor Hem. Maar eens temeer weet je dat je bij Hem veilig bent. Dan kan niets je van Hem aftrekken. Want niets is bestand tegen de almacht van God. Dat is toch een geruststellende gedachte? Als je aan jezelf denkt, dan weet je niet hoe ver je van die almacht van God moet weggaan. Want Hij is zo heilig, dat je ervaart dat je alleen maar veilig bent als God je naar Zich toetrekt. Hoe kunnen we voor God bestaan? Maar dan roept God en zegt vol ontferming en genade: Kom maar. Ik geef je Mijn geboden. Die zijn niet te moeilijk. Die zijn niet onmogelijk, dat je er allerlei halsbrekende toeren voor moet uithalen om ze te houden. Deze gebo­den zijn in uw mond en in uw hart om ze te doen. Ik houd jullie voor: de dood en het leven. Kies dan het leven, opdat je leeft! Hij doet het willen en het wer­ken. En dan spreekt God. De tien geboden. Fantastisch. Moeten we uit ons hoofd leren. Moeten we op de tafel van ons hart schrijven. Daar moeten we bij leven. Het is het mooiste wat je kunt bedenken. Daar ben je veilig bij. Daar ontvang je vrede van. Dat is je richting in je leven. Glorie voor zijn Naam! Probeer het maar. Het is waar, het werkt. Het werkt, omdat het van God komt. Ga het stuk voor stuk maar na.

God heeft hen uit Egypte geleid. Dat is een feit. Dat was een geweldige daad. Daar konden de afgoden van de Eyptenaren niet tegen op. God heeft het gedaan, dus: Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Punt uit. En er wáren wat andere goden; alle volken hadden hun eigen afgod. Het wemelde van de afgoden. Er kon niet iets gebeuren of er was een afgod bij betrokken. Heel het leven van de mensen was in de ban van de afgoden, de hogere machten. Afblijven, niet mee bemoeien. Je alleen houden aan de open­baring van God. Dat gold toen en dat geldt vandaag.

Dus geen afbeeldingen van wat dan ook, waar je waarde aan hecht, waar je denkt kracht van te ontvangen. Want Ik ben een naijverig God. Als jullie den­ken de kracht te moeten ontvangen van iets of iemand anders dan van Mij, dan moet je het zelf maar weten. Maar je zult zien dat het je aftrekt van Mij, ook in je gedachten. Pas op, want jouw afval heeft invloed op je kinderen. Niet dat Ik dat wil, maar dat werkt zo. Daarom, pas op, blijf dicht bij God, want het heil van je kinderen hangt er van af tot in het derde en het vierde geslacht. En hoe waar is het niet. We zien het voor onze ogen. Als wij geen ernst maken met het evangelie en het dienen van God, dan is het een zeer groot wonder als onze kinderen het wel doen. Laat staan onze kleinkinderen. Daarom is het zo belangrijk dat we zelf naar Gods beloften leven en het ook onze kinderen in­prenten. Want als wij niet het voorbeeld zijn, dan vallen ze van ons af. Dat gaat heel snel. En als wij denken de kantjes er wel van af te kunnen lopen, dan néémt God het niet. Niet dat Hij zo’n straffende God is, maar Hij laat zijn eer niet roven door ons eigenzinnig gedrag. Want er volgt meteen dat Hij barm­hartigheid doet aan duizenden van hen die Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden. Dat is toch geweldig? Als we Hem liefhebben dan is Hij ons genadig en barmhartig. Lankmoedig en groot van goedertierenheid. God wil het heil voor ons mensen. Hij weet dat we in zonde ontvangen en geboren zijn. De zonde heerst ook in ons sterfelijk lichaam. Maar Hij is ons genadig en barmhartig, als wij ons inzetten om zijn geboden te bewaren en Hem liefheb­ben. Dat is een geweldig rustgevende en aantrekkende gedachte. Vlucht maar naar Jezus en Hij zal je met open armen ontvangen met al je lek en gebrek. Dat is heerlijk. Daar wil je bij horen. Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Nou, dat is toch geweldig. Of niet? Dat is geen fabeltje, dat is werkelijkheid. En het gaat niet om een enkeling. Neen, Hij doet barmhartigheid aan duizenden van hen die Hem liefhebben. Dat gaat wereldwijd. Dat was toen en dat is nu nog zo. Volg Hem en je zult behouden worden!

Ja, dan spreekt het vanzelf, dat je de naam van de HERE uw God niet ijdel gebruikt. Dat is logisch. Als je het wel doet, dan haal je schuld over je heen. Want God laat niet met zich spotten. Dat komt heel scherp. Het is niet zo dat God zit te wachten tot Hij je kan pakken, neen, het is het omgekeerde. God wil je beschermen en je op het rechte pad houden door het maar heel duidelijk te zeggen. Je bent gewaarschuwd om dicht bij Hem te blijven. En als je willens en wetens toch de naam van God ijdel gebruikt, dan moet je niet opkijken als dat je zwaar komt te staan. Je haalt het toch zelf over je heen?

En dan komt er een geweldig gebod. Gedenk de sabbatdag, dat je die heiligt. Zes dagen zul je arbeiden maar de zevende dag is een rustdag. God schiep de aarde in zes dagen en Hij rustte op de zevende dag. En dat mogen wij ook doen. We hoeven ons niet almaar af te sloven. Er is een moment van rust. Zes dagen werken en de zevende dag rust. God houdt er rekening mee, daar we anders opgezweept worden. Door het werk en de zonde en het zweet onzes aanschijns voortgestuwd worden. Neen, neen. Rust op de zevende dag. Dat deed God ook Wat een geweldige instelling. God kent geen continue arbeid. God kent geen jachtig leven. God kent alleen maar rust. Ja, werken moeten we. Dat deed God ook. Maar Hij zag op de zevende dag dat het zeer goed was. De schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen en we jagen maar door. Er is geen rust. Alles gaat door. De sabbat is geen hinderlijke onderbreking in ons economisch gejaag. Zonde toch, dat we een dag moeten missen. We pas­sen er wel een mouw aan om alles toch continu te kunnen laten lopen. We hebben de boel omgedraaid. De sabbat is geen sluitstuk van de economie, maar de sabbat is de basis, het rustpunt waar alles om draait. Heerlijk toch. We moeten Gods principe weer herontdekken. Het is nog al uitgebreid om­schreven. Het gaat niet alleen om jezelf, maar om alles om je heen. Om heel de schepping. Daar zit een geweldig principe in. De hele schepping bloeit op. Heerlijk. Wat een geweldige zegen.

Natuurlijk gaat het om de sabbat. Wij hebben er de zondag van gemaakt. Maar niets is minder waar. We moeten natuurlijk de sabbat houden. Dat geldt voor iedereen. Natuurlijk zit het niet op een dag vast. Maar als we serieus zijn en de Schrift de Schrift laten, dan is de rustdag de sabbat. Dat is een goddelijke in­stelling voor alle mensen. Daar moeten we ons aan houden. Dat we de zondag niet zo maar kunnen afschaffen, kan wel zo zijn, maar we kunnen geen kant op dat hier over de zevende dag wordt gesproken en dat is de sabbat, die wij ge­woonlijk zaterdag noemen. Als we er aan denken hoe heel onze wereld verhei­denst is, dan schrik je. Zaterdag, betekent de dag van Saturnus. Zondag, de dag van de zon, maandag, de maan. In onze kalender zijn we verheidenst door de eerste eeuwen van de Griekse, de Romeinse en de Germaanse godsdien­sten. Daar zitten we nu nog aan vast. Exodus 23 vers13 zegt: Ten aanzien van alles, wat Ik u bevolen heb, zult gij op uw hoede zijn; de naam van andere goden zult gij niet noemen, hij zal uit uw mond niet gehoord worden. En wat doen wij? Wij zijn helemaal niet op onze hoede om de namen van andere goden uit te spreken. Bij elke afspraak die we maken, verbinden we er een afgod aan, zowel door de naam van de meeste maanden en zeker door die van de dagen van de week. En dan vinden we het vreemd als Chinezen hun jaren de naam geven van een demon. Bovendien wij gelovigen zijn geroepen om Israël jaloers te maken, ze moeten zien dat wij de HERE dienen. Dat kunnen ze toch niet als we ons niet eens aan die eenvoudige Geboden houden. Ner­gens staat dat de zondag in de plaats van de sabbat gekomen is. We moeten terug naar de oorspronkelijke bijbelse principes. Dat is de basis, het houvast waarop we staande kunnen blijven. De tien geboden zijn de tien geboden.

Daarna komt: Eert uw vader en uw moeder. Dat spreekt vanzelf. Dat geldt voor iedereen. Dat geldt voor de kinderen en dat geldt voor de ouders naar de kinderen. Kinderen worden geboren uit die ouders. Het is de band door de ge­slachten en de geschiedenis. Dat werd in de tijd van toen nog veel meer begre­pen dan nu. Ouders en kinderen. Daar is altijd wat. Er kan ontzettend veel verkeerd gaan. Maar het blijft: eer je vader en je moeder. Dat is een opdracht. Dat geldt niet alleen voor ouders waar je het wel mee ziet zitten. Dat geldt ook als het moeilijke ouders zijn. Dat rechtvaardigt die ouders niet, maar het geeft jou de basis om het alles te zien zoals God het ziet. En dan is dit gebod ook van invloed op de geslachten. De zonde van de ander heeft invloed op de vol­gende geslachten. En hoe vaak zien we het niet tot ver in de geslachten? Het kan vreselijk zijn. Aan dit gebod wordt ook een belofte verbonden: opdat je lang leeft in het land dat de HERE jouw God je geven zal. Het gold voor Israël wel heel bijzonder. Er is leven aan verbonden. Maar het is ook universeel. Hoeveel leed en ellende is er niet als in families ruzies zijn? Hele families liggen uiteen, zelfs over de dood heen. Wat een ellende.

En alsof er nog snel enkele dingen genoemd moeten worden, komen de vol­gende geboden:

Gij zult niet doodslaan.
Dat spreekt toch vanzelf? Kennelijk niet. Wat is er een doodslag in woorden, gedachten en daden. We vermoorden elkaar constant. Klip en klaar. Gij zult niet doodslaan. Waar zit je hart? Doodslag zit heel dicht bij ons hart. We zit­ten zomaar aan de verkeerde kant. Want de tegenstander van God, de duivel, de mensenmoordenaar van den beginne, doet niets anders dan om ons aan de kant van de doodslag te trekken. Dat is een heel gevecht. Daar moeten we ons tegen wapenen.

Gij zult niet echtbreken.
Is dat nu nodig, om dat na de doodslag te noemen? Kennelijk. En hoe waar is het? Jezus zegt later: Ieder die in z’n hart een vrouw aanziet, pleegt reeds echtbreuk. Hoe waar is dat niet? De zonde van het oog is onvoorstelbaar. En wat is er niet een verleiding. God heeft de vrouw gemaakt om haar te bemin­nen. Maar echtbreuk ligt op de loer. We worden verleid en we verleiden. Dan is een direct gebod: Gij zult niet echtbreken. We hebben de echt en dat geldt onvoorwaardelijk. Wat een ellende als we hier mee gaan marchanderen. Het leven zit er vol van. Hoe moeilijk is het voor jongens en meisjes om rein en heilig op te groeien? De hoererij, de seks, zit er zo maar in. Het is de invals­poort voor de duivel. Het is vreselijk. En we worden er zo maar door geraakt. Het is gevaarlijk. We moeten ons constant reinigen en heiligen. Want de in­vloeden zijn er wel. We moeten ons daar krachtig tegen verzetten. Pas op. Het hoerenloeder ligt om de hoek. En Jezus is daar heel duidelijk over: Wie daar aan mee doen, zullen het koninkrijk der hemelen niet beërven. Punt uit.

Gij zult niet stelen.
Het mijn en dijn. Wat wordt er niet gestolen? Maar het is een basisgebod. Wat jou niet toebehoort daar moet je van afblijven. Het is heel belangrijk dat we de eigendoms verhoudingen in het oog houden. Dat geldt ook in breder verband. Dat heeft ook te maken met armoede en rijkdom. Als wij de arme het leven niet gunnen en zijn rechten stelen, dan zijn we ook schuldig. Daarom is God zo precies om ook de eigendoms verhoudingen te regelen, opdat ieder aan zijn trekken kan komen. Dat geldt op micro en dat geldt op wereldwijd niveau. We moeten de mensen niet van hun eigendomsrechten beroven. Gij zult niet ste­len. Daar kunnen we en moeten we een breed verhaal over houden. Vandaag aan de dag, als we zien hoe wereldwijd de eigendoms verhoudingen door de dictatuur van het geld worden geroofd, dan slaat de schrik je om het hart. Het is verschrikkelijk. Het begint allemaal in het hart van de mens. Als de barm­hartigheid jegens elkaar zoek is, dan roven we en stelen we. En dat heeft direct te maken met het volgende gebod.

Gij zult niet begeren.
De begeerte, de hebzucht, de jalousie, dat zit zó in ons gebakken, dat God er wel een krachtig gebod van moet maken. En dat gaat ook heel breed. Je zult niet begeren dat wat van iemand anders is. In alles. En de begeerte zit ons direct op de hielen. Maar je moet de andere gunnen wat hij heeft. Je moet tevreden zijn met wat je hebt. Doe je het niet, dan ben je steeds bezig om je ook druk te maken over dat wat een ander heeft. Het gaat om de vrede en de tevredenheid in je eigen hart. Heb je daar rust, dan ben je gelukkig en dan valt al die begeerte en die lust van je af. Dan zie je de vrede in je hart en dat gun je iedereen. Wat is er een begeerte in de wereld. Dat zien we vandaag ook als we aan de ‘begeerteduivel van het geld’ denken. De zucht naar geld is de wortel van al het kwaad. Vreselijk.

Wàt een universele wet. Wàt een zegen. Wat gaat er van de tien geboden een rust uit. Je krijgt er niet genoeg van. De tien geboden zijn een zegen. Je wordt er rustig van. Je krijgt er vrede van in je hart. Je ziet dat je er een gezin, een familie, een samenleving op kunt bouwen. Daar komen welzijn en welvaart uit voort. Daar word je enthousiast van! Dat moeten we gaan toepassen. Dat werkt! Het werkt! En dat is God. God is goed voor alle mensen. Gods wetten zijn universeel, omdat de aarde Hem toebehoort. Of je het nu gelooft of niet. Het is waar! Probeer het maar!