Hooglied: Ware Liefde Wacht

  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 100%

Gebed 7 augustus 2011/15 L.P. Dorenbos
 
Hooglied: Ware liefde wacht
 
Zo is het. Hoe schoon heeft God de vrouw niet gemaakt. Hoe kan een man van zijn vrouw genieten. Hoe kunnen een jongen en een meisje intens van elkaar genieten. Wat kunnen de meisjes en de vrouwen zich prachtig aankleden en opmaken. Wat is er mooier dan te genieten van de schoonheid. God heeft de man en de vrouw gemaakt naar zijn beeld. Wat kan er mooier zijn. God is volmaakt. Wat een eer om naar zijn beeld gemaakt te zijn. En hoe is de man geroepen om zijn vrouw lief te hebben en aan te hangen en zijn vader en zijn moeder te verlaten en één vlees te zijn met zijn vrouw. En hoe worden de mannen opgeroepen hun vrouw lief te hebben als zichzelf. Paulus vergelijkt de man als hoofd van zijn gezin met Christus als hoofd van de gemeente in Efeze 5. Hij gaat met zijn vrouw om als broos vaatwerk. Hij draagt haar op zijn handen.
 
Hoe uitbundig wordt die liefde en relatie niet beschreven in het Bijbelboek Hooglied. Het is één lofzang op de liefde. Het is één lofzang om de ware liefde te koesteren en de aanvallen daarop te pareren. Want aanvallen zijn er. Zo erg dat God besloot er een eind aan te maken. De zonen Gods zagen dat de dochters der mensen schoon waren en namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen (Genesis 6:2). Ontucht. Noach was rechtvaardig en God gaf hem de opdracht de ark te bouwen, hij waarschuwde de mensen, de zondvloed kwam over de gehele aarde, alleen Noach en zijn acht zielen werden gered. En de hele Bijbel door lezen we dat God de ontucht en ontrouw haat. Maar ook in het laatst der dagen zal het zijn als in de dagen van Noach (Mattheüs 24:37-41). We zijn dus gewaarschuwd.
 
In Hooglied zien we de schoonheid van de liefde afgeschilderd die afgegrendeld is van het gevaar van de verleiding, de lust, de ontucht, want
“Ik bezweer u dochters van Jeruzalem,
bij de gazellen of bij de hinden des velds:
wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,
vóórdat het haar behaagt. (Hooglied 2:7)
 
En dat wordt nog eens letterlijk herhaald om het met klem te benadrukken in Hooglied 3:5.
Maar wat moet de bruid ’s nachts op straat in haar droom. Daar hoort ze niet. Daarom wordt dit vers dan ook weer herhaald: wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet! Je kunt verliefd zijn en haar in uiterste schoonheid beschrijven vanuit de liefde van je hart. Maar laat op je legerstede je dromen niet op de loop gaan met jou. Zowel de man als de vrouw, de jongen of het meisje. Ook ‘s nachts kan de boze in je tekeer gaan.

 
In Hooglied 4:12 is de geliefde:
een afgesloten hof zijt gij, mijn zuster, bruid,
een afgesloten wel, een verzegelde bron.
 
Daar kan niemand bij komen en dat is maar goed ook. De verleiding kan zo groot zijn dat je er zo zou willen inbreken. Dat kun je dan wel doen in je dromen in je slaap, in je gedachten, met je ogen, en hoe sterk kan de verleiding, de lust niet zijn,

 
Maar op het moment dat je denkt bij je geliefde te zijn vond je hem niet, zoals beschreven in Hooglied 5:6. Je bent behoed om te ver te gaan. Je probeerde elkaar aan te raken, maar je geliefde was weg. Je gaat in de nacht de straat op, op zoek naar je geliefde. Wat doe je ‘s nachts op straat!

 
Ik deed mijn geliefde open,
maar mijn geliefde was weg, verdwenen!
Mijn ziel bezwijmde, toen hij sprak,
ik zocht hem, maar vond hem niet,
ik riep hem, maar hij antwoordde mij niet.

 
En in hoofdstuk 5 vers 7 volgt dan:
De wachters, die in de stad hun ronde deden, troffen mij aan,
zij sloegen mij en verwondden mij,
zij rukten mij het overkleed af,
de wachters der muren.

 
Gelukkig maar, want je hoort ’s nachts niet op straat achter je geliefde aan. Vandaag niet, maar zeker toen niet. Maar goed dat die wachters verhoed hebben dat het verkeerd ging.
 
Hooglied 6:5
 
Wend uw ogen van mij af,
want in verwarring brengen zij mij;
 
De tien geboden zeggen: Gij zult niet echtbreken, maar Ik zeg u, wie een vrouw aanziet om haar te begeren pleegt reeds echtbreuk!
 
Ja, zo is het zoals in hoofdstuk 7:6 beschreven te midden van liefdesuitdrukkingen in overtreffende trap:
Hoe schoon zijt gij, liefde:
hoe heerlijk onder wat men verlangen kan!
 
Maar opnieuw wordt herhaald in hoofdstuk 8:4 net als in hoofdstuk 2:7 en 3:5
Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
waarom wilt gij de liefde opwekken en prikkelen,
vóórdat het haar behaagt?
 
In hoofdstuk 8:5 worden we verzegeld en beschermd vanuit onze geboorte aan de ouders in ons het gezin waarin we geboren zijn. Daar ligt de basis van onze opvoeding. Daar wordt het fundament gelegd van de ware liefde en relatie. Wat een zegen om geboren te worden in een gezin waar deze liefde heerst en vaders en moeders met liefde en volharding hun kinderen opvoeden in de vreze des HEEREN.
 
Hooglied 8:5
Onder de appelboom wekte ik u,
daar ontving u uw moeder,
daar ontving zij, die u baarde.
 
En hoofdstuk 8 vers 6 laat daarover geen twijfel bestaan:
-Leg mij als een zegel aan uw hart
als een zegel aan uw arm.
Want sterk als de dood is de liefde
onverbiddelijk als het rijk van de doden de hartstocht,
haar vlammen zijn vuurvlammen,
een vuurgloed des HEEREN.

 
Want ‘onverbiddelijk als het rijk van de doden de hartstocht’ dat is een krachtige opmerking. Geen wonder dat je dan ook als een zegel aan het hart van je ouders moet worden gelegd. Zij moeten je beschermen tegen de hartstocht van een liefde die opgewekt wordt ‘voordat het haar behaagt’ Dat is een enorme strijd. Want de duivel gaat rond als een briesende leeuw zoekende wie hij kan verslinden. Hij is gekomen om te roven, te stelen en te doden. En in de hartstocht der lust zijn en komen velen smadelijk omdat de vuurvlammen van ontucht niet te blussen zijn. Hooglied 8:7.
 
En tot slot is Hooglied 8:8-10 een praktische toepassing die ook vandaag de redding is en heel veel ellende kan voorkomen.
Lees zelf maar:
 
8 -Wij hebben een jonge zuster,
die nog geen borsten heeft.
Wat zullen wij met onze jonge zuster doen
ten dage, dat iemand naar haar dingt?
 
9 Als zij een muur is,
dan bouwen wij daarop een zilveren tinne;
maar als zij een deur is,
dan sluiten wij haar af met cederen planken.
 
10 -Ik was een muur
en mijn borsten waren als torens.
Toen werd ik in zijn ogen
als een, die overgave aanbiedt.
 
Dus: geef niet aan je hartstocht toe, maar ga voor de ware liefde van je hart. Wek de liefde niet op en prikkel haar niet voordat je je liefde kunt geven aan de bruid, de liefde, de vrouw die zichzelf als een muur heeft bewaard voor de ware liefde. Je bent dan in elkaars liefdesogen door de liefde van God voor elkaar bestemd. Dat is echte liefde. Daar raak je niet over uitgejubeld.
Zoals je in Hooglied 2:7 en 3:5 en 8:4 kunt lezen:

 
Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
waarom wilt gij de liefde opwekken en prikkelen,
vóórdat het haar behaagt.
Amen
 
Exodus 37:1-29 Hooglied 4:1-15
 
L.P. Dorenbos