L.P. Dorenbos Bijbelplan Dagboek 19 september 2015

  • Increase
  • Decrease
  • Normal

Current Size: 100%

 
Bijbelplan Dagboek 19 september 2007 L.P. Dorenbos
 
Lezen: Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15
 
Numeri 7:48-89
 
Numeri 7:78
Op de twaalfde dag de korf der Naftalieten
 
Numeri 7:84
Dit was de wijdingsgave voor het altaar op de dag dat het gezalfd werd, geschonken door de vorsten van Israël: twaalf zilveren schotels, twaalf zilveren sprengbekkens, twaalf gouden schalen,
 
Numeri 7:85
honderd dertig sikkels zilver elke schotel, en zeventig elk sprengbekken; al het zilver der vaten bedroeg tweeduizend vierhonderd sikkels naar de heilige sikkel;
 
Numeri 7:86
twaalf gouden schalen gevuld met reukwerk, elke schaal tien sikkels, naar de heilige sikkel; al het goud der schalen bedroeg honderd twintig sikkels.
 
Numeri 7:89
Wanneer nu Mozes de tent der samenkomst binnenging om met Hem te spreken, dan hoorde hij een stem die tot hem sprak van boven het verzoendeksel, dat op de ark der getuigenis was, van tussen de beide cherubs, en Hij sprak met hem.
 
1 Timotheüs 2:1-15
 
1 Timotheüs 2:1
Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen,
 
1 Timotheüs 2:2
voor koningen en hooggeplaatsten, opdat wij een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
 
1 Timotheüs 2:5
Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus,
 
1 Timotheüs 2:6
die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen;
 
1 Timotheüs 2:15
doch zij zal behouden worden, kinderen ter wereld brengende, indien zij blijft in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid.
 
Gedicht Bijbel 19 september 2007 L.P. Dorenbos
 
en Hij sprak met hem.
 
O God, hoe groot zijt Gij
Goud en zilver schittert
ik zie de gouden straten
U het Licht der wereld
 
Schijnend in het duister
het leven wordt het leven
U spreekt en het was er
O God hoe groot zijt Gij
 
U spreekt ook met ons
Door uw woord en geest
Jezus woont in ons hart
We gaan vrijmoedig toe
 
Het offer is gebracht
de grote verzoendag
toen was het volbracht
de dood overwonnen
 
U bent licht en leven
Ik wil horen naar uw stem
U bent het brood de levens
U bent de goede Herder
 
U luistert naar de schapen
U bent bij de verbrokenen
de treurenden richt U op
U zegent de ootmoedigen
 
Het zwakke is aan uw hart
U weet wat lijden betekent
U bergt ons aan uw hart
en U richt ons hart op U
 
Uw ogen luisteren nu hier
uw oren zijn op deze plaats
luisteren naar onze gebeden
opdat U ons kunt zegenen
 
HEERE vergeef onze zonden
wij verootmoedigen ons
drukken ons in stof en as
het is genade dat wij leven
 
Wij juichen aan uw troon
uw engelen dragen ons in
de dood is overwonnen
U bent weer opgestaan
 
Niets kan ons dan scheiden
uw liefde overwon de dood
wij hebben eeuwig leven
en de zonde is niet meer
 
Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15
 
Woord voor de dag 19 september 2007 L.P. Dorenbos
 
Numeri 7:89
Wanneer nu Mozes de tent der samenkomst binnenging om met Hem te spreken, dan hoorde hij een stem die tot hem sprak van boven het verzoendeksel, dat op de ark der getuigenis was, van tussen de beide cherubs, en Hij sprak met hem.
 
1 Timotheüs 2:5
Want er is één God en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de mens Jezus Christus,
 
Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15
 
Gebed 19 september 2011 L.P. Dorenbos
 
Hoe groot zijt Gij. U sprak met Mozes. Hij hoorde uw stem. Wat een grote liefde dat U als heilige God komt om met de mensen te spreken. Wij loven en prijzen U. Dank U wel voor zoveel liefde. Voor zoveel barmhartigheid. U bent goedertieren. U bent volmaakt. U bent lankmoedig en groot van erbarmen. Uw gunstbewijzen zijn oneindig. Daarom zijn wij niet omgekomen. Wij zijn beschermd onder de vleugelen van uw liefde. U bent onze schuilplaats. Wij zijn geborgen in Christus in God. HEERE, dank U wel voor deze morgen. Wij mogen weer opstaan in uw liefde en genade. We loven en we prijzen uw heilige naam. Wij zingen met al uw engelen het eeuwig halleluja. Lof zij de HEERE. Want U regeert het grote wereldgebeuren. We kunnen er niet over uit. Wat een zonde heerst in de wereld. Het is onvoorstelbaar. U hebt de mens volmaakt geschapen, maar de zonde is in de wereld gekomen. De grote mensenmoorder van den beginne wil het werk van God vernietigen. Hij is gekomen om te doden, te verslinden te vernietigen. En de dood heerst sinds de zondeval. We worden in zonde ontvangen en geboren en derven de heerlijkheid Gods. Alleen door de Middelaar tussen God en de mensen zijn Zoon Messias Jezus is de toegang weer vrijgemaakt door de verzoening van de zonde van de mensen. Hij gaf zijn leven en daarom kunnen wij leven. Groot is uw trouw o HEERE. Elke morgen zijn zijn gunstbewijzen nieuw. Wat een heerlijke gedachte. Wat een zegen. Hoe zouden we anders kunnen leven als God ons niet had vrijgekocht van de zonde. Daarom zijn wij elke dag vol goede moed. Want de eeuwigheid wacht ons. Dat is nu reeds want we mogen met Hem de vergezichten van zijn eeuwig koninkrijk zien. U hebt het geopenbaard aan uw dienstknechten door de eeuwen heen. U sprak met Adam en Eva. U sprak met Abraham. U sprak met Mozes. U sprak met uw kinderen. U sprak door uw profeten. U sprak door uw eigen Zoon. Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga maar eeuwig leven hebbe. Wat een zekerheid. Dwars door lijden heen heeft Hij ons verheerlijkt. Ze kunnen wel je lichaam afnemen, ziekte kan wel teisteren maar je ziel kunnen ze nooit van je afnemen. God wil je kopen met het bloed van verzoening van zijn Zoon. Hij is het volmaakte offerlam. Glorie voor zijn naam. Wij loven en prijzen U. Dank U wel voor uw grote liefde en trouw. Dank U wel. We kunnen de dag weer met blijdschap en moed ingaan. Want U bent bij ons. Dank U wel.
Amen
 
Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15

 
Hedenmorgen 19 september 2013 L.P. Dorenbos

 
Het grote feest begint
 
Het is een dag van grote vreugde. Het Loofhuttenfeest is begonnen. We gedenken hoe de HEERE zijn volk uit Egypte heeft geleid. We wonen in Loofhutten. Hij heeft ons gered. We zien af van onze hoogmoed. We buigen ons neer voor de HEERE God. We hebben belijdenis gedaan van onze zonden. Wij derven de heerlijkheid Gods. Jezus is gekomen. Wij mogen opstaan in zijn kracht. Hij is de verlosser van onze zonden. Er is maar één Middelaar tussen God en de mensen: Jezus Christus onze Messias. Wat een genade. Uw genade is ons genoeg. Het is uw liefde die ons trekt. U werkt het willen en het werken. Wij mogen schuilen in de schuilplaats van de Allerhoogste. Wat een zegen. Wat een getuigenis door de eeuwen heen. En wat een getuigenis vandaag. U geeft ons de kracht om staande te blijven. Wij mogen drinken van het levende water. Een ieder die dorst heeft, kome en neme het water des levens om niet. U riep dat in Jeruzalem op de laatste dag van het grote feest. Het Loofhuttenfeest. Ik ben het levende water. En een ieder die dorst heeft kome en neme het water des levens en hij zal nimmermeer dorsten. Het zal worden als een fontein in je binnenste dat opspringt ten leven, het eeuwige leven. Dank U wel. Dat roepen wij van de daken. Dat proclameren wij op de straten. Dat roepen wij elkaar toe. Daar bouwen we onze loofhutten van. We hebben een open hemel. U redt ons door de tijden heen. U roept ons op om naar uw wil te leven. U gaf ons woorden van leven. Dank U wel. Het kan niet stuk. We worden er blij van. Glorie voor uw naam. We vieren feest. Het zijn uw feesten. En U weet wat goed voor ons is. Dank U wel. Kom HEERE Jezus kom spoedig. We zien uw werk in de wereld. U komt met grote spoed. Want net als in de dagen van Noach kunt U de zonde niet aanzien. De kinderen zullen weer spelen op de straten. Er zal niet meer gehandeld worden in zielen. U maakt er in één uur een einde aan. Dank U wel. Wat een feest zal dat zijn. Komt U op het Loofhuttenfeest! Het is toch het grote feest?
Amen
 
Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15

 
Vanmorgen 19 september 2015 L.P. Dorenbos
 
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade. Hebreeën 4:16
 
Numeri 7:89
En als Mozes in de tent der samenkomst ging, om met Hem te spreken, zo hoorde hij een stem tot hem sprekende, van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis, van tussen de twee cherubim. Alzo sprak Hij tot hem.
 
 
1 Timotheüs 2:8
Ik wil dan, dat de mannen bidden in alle plaatsen, opheffende heilige handen, zonder toorn en twisting.
 
 
Numeri 6:22-27
22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:
23 Spreek tot Aaron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israels zegenen, zeggende tot hen:
24 De HEERE zegene u, en behoede u!
25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig!
26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede!
27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israels leggen; en Ik zal hen zegenen.
 
Hebreeën 4:14-16

14

Dewijl wij dan een groten Hogepriester hebben, Die door de hemelen doorgegaan is, namelijk Jezus, den Zoon van God, zo laat ons deze belijdenis vasthouden.

15

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.

16

Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden, om geholpen te worden ter bekwamer tijd.

 
Een nieuw (kerkelijk) seizoen; aanbid God
 
We hebben Rosh Hashanah gehad het Joodse Nieuwjaar. Het feest der bazuinen. Nu zitten we midden in de tien ontzagwekkende dagen op weg naar Jom Kippoer, de Grote Verzoendag. God stelt zijn feesten in in Leviticus 23. Het zijn de feesten des HEEREN.
Grote heilshistorische gebeurtenissen vonden plaats. Op Pesach scheurde het voorhangsel van boven naar beneden toen Jezus stierf. Het is volbracht. Op Pinksteren werd de Heilige Geest uitgestort. En de engelen zeggen bij de Hemelvaart, deze Jezus zal op dezelfde wijze terugkeren als Hij gekomen is. En in Zacharia staat dat Jezus zijn voeten zal zetten op de Olijfberg die oostelijk ligt van Jeruzalem. En Jesaja profeteert dat dan de wet zal uitgaan uit Jeruzalem.
HEERE, dank U wel dat wij mogen ‘wonen’ in uw woord; het moge overpeinzen bij dag en bij nacht. Uw woord is de waarheid; uw woord keert nooit ledig terug. We mogen het proclameren. Dank U wel. Uw woord doet wonderen. U geeft ons de geestelijke wapenrusting om die aan te trekken. Heerlijk evangelie. Dank U wel. Het zwaard des Geestes is het woord van God. HEERE, wij komen tot U. Wij loven en wij prijzen U. Wij danken U dat wij met vrijmoedigheid mogen toegaan tot de troon der genade. HEERE, U daalt met uw kracht en zegen neer in onze zwakheid. Met U lopen wij op een legerbende in, met U springen wij over een muur. Wij roepen uit naar U. Wij bidden U om het herstel van de bressen. HEERE, doe ons de muur herbouwen. Maak ons moedig en sterk. Doe ons de afgodsbeelden afbreken. Red ons van de gesel van abortus. Hoe durven wij met geweld de moederschoot aan te vallen. Hoe kunnen wij voor U bestaan. HEERE, U stuurde Jeremia met de geestelijke leiders naar het dal Ben Hinnom om de potten stuk te slaan om zo op te roepen tot bekering. Lees het zelf maar:
 
Jeremia 19:3 Zie, Ik ga onheil brengen over deze plaats, zodat bij ieder die het hoort, zijn oren zullen * tuiten
 
 
1 Zo zegt de HEERE: Ga een aarden pottenbakkerskruik kopen, en neem enkele van de oudsten van het volk en van de oudsten van de priesters mee.
2 Ga uit naar het dal Ben-Hinnom, dat bij de ingang van de Schervenpoort ligt, en predik daar de woorden die Ik tot u spreek,
3 en zeg: Hoor het woord van de HEERE, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga onheil brengen over deze plaats, zodat bij ieder die het hoort, zijn oren zullen * tuiten,
4 omdat zij Mij * verlaten hebben, deze plaats van Mij vervreemd hebben, en reukoffers gebracht hebben aan andere goden, die zij niet gekend hebben, zij, hun vaderen en de koningen van Juda. Zij hebben deze plaats gevuld met * bloed van onschuldigen.
5 Zij hebben de hoogten van de Baäl gebouwd om hun kinderen met vuur te verbranden als brandoffers voor de Baäl, wat Ik niet geboden en niet gesproken heb, en in Mijn hart niet is opgekomen.
6 Daarom, zie, er komen * dagen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer genoemd zal worden Tofet en het dal Ben-Hinnom, maar Moorddal.
7 Ik zal de plannen van Juda en Jeruzalem in deze plaats verijdelen. Ik zal hen doen vallen door het zwaard vóór hun vijanden en door de hand van hen die hen naar het leven staan. Ik zal hun dode lichamen als voedsel geven aan * de vogels in de lucht en aan de dieren op de aarde.
8 Ik zal deze stad maken tot een verschrikking en tot een aanfluiting. Ieder die er voorbijtrekt, zal zich ontzetten en van afschuw sissen over al haar wonden.
9 * Ik zal hun het vlees van hun zonen en het vlees van hun dochters te eten geven. Zij zullen ieder het vlees eten van zijn naaste tijdens de belegering en in de nood waarin hun vijanden en zij die hen naar het leven staan, hen doen verkeren.
10 Dan moet u de kruik stukbreken voor de ogen van de mannen die met u waren meegegaan,
11 en tegen hen zeggen: Zo zegt de HEERE van de legermachten: Zo zal Ik dit volk en deze stad stukbreken, zoals men een pot van een pottenbakker stukbreekt, zodat die niet meer hersteld kan worden. Men zal hen in Tofet * begraven, omdat er geen andere plaats om te begraven is.
12 Zo zal Ik doen met deze plaats, spreekt de HEERE, en met zijn inwoners, om deze stad te maken als een Tofet.
13 De huizen van Jeruzalem en de huizen van de koningen van Juda zullen evenonrein worden als de plaats van Tofet, met alle huizen waar zij op de daken ervan reukoffers hebben gebracht aan heel het leger aan de hemel en * plengoffers hebben uitgegoten voor andere goden.
14 Toen Jeremia van Tofet kwam, waarheen de HEERE hem had gezonden om te profeteren, ging hij in de voorhof van het huis van de HEERE staan en zei tegen heel het volk:
15 Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga over deze stad, en over al haar steden, al het onheil brengen dat Ik tegen haar uitgesproken heb, omdat zij * halsstarrig waren * door niet te luisteren naar Mijn woorden.

Jeremia 19:15 Ik ga al het onheil brengen dat Ik tegen haar uitgesproken heb, omdat zij * halsstarrig waren * door niet te luisteren naar Mijn woorden.

 
HEERE, hoe kunnen wij voor U bestaan. HEERE, U moet wel me uw oordelen komen als wij elke hartslag een kind offeren in het hedendaagse dal Ben Hinnom. HEERE, we moeten de leiders van het land oproepen om hen naar Den Haag te laten gaan om op het plein de potten stuk te slaan, zoals U Jeremia opdroeg. Misschien moeten we alle Kamerleden dit hoofdstuk wel sturen met de scherven van de kapotgeslagen potten. HEERE, U roept ons op om profetisch te spreken. Dank U dat U vanuit de hemel, uw troon van genade op ons neerziet en ziet of wij in ootmoed en gehoorzaamheid U bidden en smeken. 2 Kronieken 7:15. HEERE bekeer ons, opdat wij ons bekeren. HEERE doe ons stoppen om ons welgetimmerde huisje belangrijker te vinden dan U gehoorzaam te zijn zoals de profeet Haggaï profeteert. En zoals U Johannes profeteert da in het laatst der dagen het Babel van de hoer in één uur zal vallen. HEERE, wij buigen ons voor U neer. HEERE, ontferm U over ons. Wij hebben gezondigd. Wij derven de heerlijkheid Gods. Daniël 9. Openbaring 17, 18. Het getuigenis van Jezus is de geest der profetie. Wij aanbidden U. Wij verwachten U met volharding. Wij loven en prijzen U. Wij roepen op toe bekering. HEERE, red ons, HEERE kom spoedig. HEERE, stop abortus. Geef opwekking. Dank U wel. Maak ons moedig en sterk. Doe ons de afgodsbeelden in onze huizen en tuinen afbreken.
Amen

 
Numeri 7:48-89 1 Timotheüs 2:1-15