Efeziërs 1:1-14

22 mei [2]

1:5

In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus,…

1:7

En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed,…

1:12

opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.

1:13

in Hem zijt ook gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte,…

Alleen deze paar verzen kunnen al een heel boek bevatten van lofprijzing en dank en aanbidding. Want wat een grote genade en gave valt ons ten deel door de rijkdom van Jezus Christus. De Vader heeft zijn Zoon gezonden, om voor ons de weg te bereiden en onze zonden te verzoenen aan het kruis van Golgo­tha. Verlossing door zijn bloed. Het kan toch niet mooier. Wat een grote gave. Wat een redding. Hoe zouden wij ons kunnen redden zonder de liefde en de genade van Jezus? Onze overtredingen zijn ons vergeven. Hij heeft ons het geheimenis van zijn wil bekendgemaakt. Wij ontvangen het erfdeel. Hij werkt, om alles weer te herstellen. Die nieuwe hemel en die nieuwe aarde waar ge­rechtigheid heerst. Daar mogen wij deelgenoot van zijn. Dat heeft Hij al voor de grondlegging der wereld zo bepaald. Daar kunnen we zeker van zijn. Dat is de waarheid. Daar moeten we ons in verlustigen. Daar moeten we aan vast­houden. Daar moeten we niet aan twijfelen. We zijn als zondaren aangenomen door het geloof in Jezus Christus. En Hij heeft ons ook de Heilige Geest ge­schonken, het onderpand van onze erfenis. Het is waar. Wat een groot gehei­menis, wat een grote zekerheid. Het is zo. Het werkt. Het is de waarheid. We weten het zeker in ons leven. We leven eruit. We worden er steeds enthousias­ter van.

Het is een hele lange zin in dit gedeelte met allemaal tussenzinnen, maar het komt allemaal uit de overvloed van het hart van Paulus. Hij had lang gewerkt in Efeze. Hij had er van alles meegemaakt. Hij was op de proef gesteld. Maar hij heeft volhard. Hij is er niet voor weggelopen. Het zal zeker een gemeente zijn geweest, die ook wist van vervolging, tegenwerking en onderdrukking. Daarom is Paulus krachtig om te beginnen met de uitbundige vaststelling van de belofte en de redding door het bloed van Jezus.

Er kan van alles worden gespeculeerd over uitverkiezing en hoe het allemaal zit. Maar één ding is hier duidelijk. Er is alleen redding door het bloed van Messias Jezus. Daar ligt de reddingsboei. Daar ligt onze blikrichting. Daar moeten we ons naar uitstrekken. Glorie voor die Naam. Laten we Hem loven en prijzen met heel ons hart ons leven lang.

Efeziërs 1:15-23

23 mei [2]

1:16

niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden,…

1:18

verlichte ogen uws harten,…

1:19

en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons,…

1:21

boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam,…

1:22

gegeven aan de gemeente,

1:23

die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

Dit stukje zouden we uit ons hoofd moeten leren. Of in ieder geval als een poster boven ons bed moeten plakken. Het is toch geweldig. Wat een gewel­dige God hebben we toch. Hij heeft alleen maar het goede met ons voor. Bid­den en danken voor elkaar. Het goede bidden voor de ander. En aan het gebed van de rechtvaardige wordt kracht verleend. Als we bidden dan werkt dat. We moeten niet in ongeloof bidden, maar gelovig bidden, zoals Paulus het hier doet. Hij bidt, dat ze de kracht van God ontvangen. Dat ze wijsheid ontvangen en dat ze weten welke geweldige kracht ze ontvangen en welke geweldige toekomst ze tegemoet gaan.

Aan Hem wordt alles onderworpen. Het kan nu wel vaak anders lijken maar vast en zeker is dat alles aan Hem onderworpen is. Alle knie zal zich buigen voor de Here God, voor Koning Jezus. Alles is onder zijn voeten gesteld. Niet alleen in de toekomst, maar ook nu. Daar moeten we uit gaan leven. Daar moeten we niet gering over denken. God zit op de troon. Vanuit de hemel re­geert Hij het grote wereldgebeuren. Geen enkele heerser kan daar tegenop. Hij regeert. En Hij is als hoofd gegeven aan zijn gemeente, die zijn lichaam is, vervuld van Hem, die alles in allen volmaakt.

Daar leven we voor. Christus het hoofd van zijn gemeente. De leden zijn ieder een deel van zijn lichaam. Samen zijn we het lichaam, samen hebben we de genade ontvangen om deel te zijn van zijn lichaam. In Hem zijn we volmaakt. In onszelf komen we nergens aan toe. De zonde kleeft aan ons sterfelijk li­chaam, Maar in zijn lichaam zijn we vervuld van Hem. En wat is er veel te volmaken in een ieder van ons. Dat doet Hij als wij het van Hem verwachten. Er is geen mooier leven dan een leven in Christus. Er komt geen einde aan het avontuur, waar we in een vijandige wereld ons getuigenis hoog moeten hou­den. Maar als je het doet, dan word je steeds enthousiaster. En daar gaat het om. Jezus leeft in ons hart. Wij zijn kinderen der genade en mogen met volle teugen genieten van de Koning der schepping.

Efeziërs 2:1-10

24 mei [2]

2:4

God echter, die rijk is aan erbarming, heeft, om zijn grote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad,…

2:5

mede levend gemaakt met Christus, – door genade zijt gij behouden –,…

2:6

mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten,…

2:7

om… de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen…

2:8

Want door genade zijt gij behouden, door het geloof,…

Wat een God. Hij zag ons tobben. Hij zag ons in de duisternis ondergaan. Hij zond Christus uit de rijkdom van zijn erbarmen. Hij heeft ons mede levend gemaakt in de opstanding van Messias Jezus. En dat enkele door genade. Dat kan niet genoeg herhaald worden. Want wat zijn we zelf? Wat hebben wij er van gemaakt? Waar hebben we het aan verdiend? Het is enkel genade! En ons is ook nog mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, om de rijkdom van zijn genade te tonen door Jezus Christus. Door genade zijn we behouden, door het geloof. Er is niets uit ons zelf. Het is een gave Gods. Wij zijn zijn maaksel. En waartoe zijn wij bestemd? Om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Dat is toch geweldig. Uit genade zijn wij behouden door het bloed van Jezus. Wij zijn geschapen in Jezus, de nieuwe schepping om goede werken te doen. In Christus zijn wij weer in ere hersteld. Eerst waren we in de dood, maar nu zijn we in het leven. In dat leven van Jezus, daar mogen we de goede werken doen, die Hij zelf ook van te voren bereid heeft, opdat we daarin zouden wan­delen. Als we dan uit genade behouden zijn, dan willen we toch ook niets an­ders, dan uit dankbaarheid goede werken doen. En waar komen die op neer? Het kernwoord is en blijft: de Liefde. Wat jij niet wilt dat jou geschiedt, doe dat ook de ander niet. God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.

Wat een heerlijke opdracht. Wat een genade om steeds maar weer ons vast te klampen aan Koning Jezus. Zijn genade is ons genoeg.

Efeziërs 2:11-22

25 mei [2]

2:13

Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus.

2:14

Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt…

2:15

om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen,…

2:16

te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft.

2:17

vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;…

2:20

terwijl Jezus Christus zelf de hoeksteen is.

Hier wordt een groot theologisch bouwwerk kort en krachtig uitgelegd. De Messias zou uit de Joden geboren worden. Dat was beloofd. En daarom moest het Joodse volk, hoe klein ook en hoe vervolgd ook, behouden worden. Echter buiten Israël was daar niemand deelgenoot aan. Maar door Messias Jezus is op het kruis van Golgotha de scheidsmuur weggebroken. Aan het kruis is de vij­andschap gedood. De twee zijn één geworden. Het is nu niet alleen de Jood, maar ook de Griek. Ook de gelovigen uit Efeze staan nu op het fundament van apostelen en profeten, op de rots Jezus. Het is een bouwwerk, dat vast opwas in Jezus, die zelf de Hoeksteen is. Het heil is verbreed naar de heidenen. En dat is een grote rijkdom.

Er wordt vrede verkondigd voor hen die veraf waren en hen die dichtbij zijn. Recht en gerechtigheid worden nu geproclameerd voor heel de schepping en heel de schepping wordt uitgenodigd om deel te krijgen aan dat Koninkrijk van de vrede. Er is geen verdeling meer. Er is een eenheid. Gans de schepping.

Wat een geweldige rijkdom. Als we de profeten lezen, dan staan wij, gelovi­gen uit de heidenen, ook op dat fundament. Alles wat de apostelen zeggen, heeft ook op ons betrekking. Wij mogen ons geënt weten op de stam. De vij­andschap is weggedaan op het kruis van Golgotha. Het is belangrijk om dat heel goed te weten. Wij staan met het door God uitverkoren volk op dat funda­ment van apostelen en profeten. We zijn niet in de plaats gekomen, maar we staan nu samen op dat fundament. De oproep klinkt voor Jood en heiden: Be­keert u! Het is een heel belangrijk stukje dat we hier lezen. We zijn door gena­de behouden. Er is geen onderscheid en we moeten dan ook geen onderscheid maken.

Het is een uitdagende ontwikkeling. We mogen de wereld ingaan met de boodschap van het heil. Daar is vandaag nog geen einde aangekomen. We mo­gen en moeten vol vuur en blijdschap doorgaan, dankbaar voor zo’n grote ge­nade. Totdat Hij komt, zoals de profeten en de Messias het zelf hebben aange­kondigd. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde waar gerechtigheid heerst. Glorie voor zijn Naam.

Efeziërs 3:1-21

26 mei [2]

3:6

dat de heidenen medeërfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,…

3:10

opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden,…

3:17

opdat Christus door het geloof in uw harten woning make.

3:18

samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten,…

3:20

bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen,…

3:21

Hem zij de heerlijkheid…

Paulus zit gevangen en schrijft deze brief. Hij zit juist gevangen als gevolg van het feit dat de Joden het niet nemen dat het heil ook naar de volken is ver­breed. Ze hebben hem beschuldigd. Gevangen gezet. En tenslotte doet Paulus een beroep op de keizer. Hij is juist gevangen omdat door het kruis van Jezus de volkeren ook mededelen in het heil. Paulus is daar speciaal voor geroepen. God heeft hem geroepen voor de verkondiging aan de heidenen. Hij is er vol vuur van. Hij weet van geen ophouden en brengt dit evangelie overal waar hij maar heen kan gaan. Omdat dit evangelie aan de hele wereld gebracht moet gaan worden, kan het ook aan de overheden en machten verteld worden. Zij moeten ook regeren en gehoorzamen in het perspectief van het heil door het kruis van Jezus. Doen zij dit niet, dan gaat het verkeerd. Dan blijven ze in de duisternis wandelen en dan lijdt het volk eronder.

Het was het eeuwige voornemen van God om aan alle mensen de veelkleurige wijsheid van God bekend te maken. Maar door de verzoening van de zonden van de gehele wereld op het kruis van Golgotha kan nu het heil ook aan alle volkeren verkondigd worden. Als zij Hem aannemen als hun Heiland en Ver­losser, dan hebben zij ook deel aan de beloften en toegang tot het eeuwige leven. Wat een heerlijk evangelie. Wat een rijkdom dat God zo’n grote, goede, genadige, barmhartige God is. Hij heeft wereld niet vergeten. Neen. Hij zond zijn Zoon juist om de twee weer één te maken. Het gaat om heel de schepping. Iedereen mag komen.

Kom dan ook, predik het Woord dring er op aan. Wij mogen vandaag ook weer gaan. Het is heerlijk om deze rijkdommen steeds dieper te ontdekken in het Woord van God. Geen wonder dat Paulus zelf in vervoering raakt, als hij dit alles weer eens de revue laat passeren. Het is toch ook onvoorstelbaar. Het is toch ook om in extase van te raken. Je krijgt daar nooit genoeg van.

Daarom buigen we onze knieën en loven en prijzen onze God. Hij heeft alles gedaan. Hij geeft ons het geloof. Wij mogen het laten wortelen. Dan zullen we samen die grote rijkdom kunnen bevatten. En er is nog veel meer dan we kun­nen beseffen of bidden. Hij geeft ons nog veel meer. We zien nog maar door een spiegel in raadselen, maar eens zullen we volmaakt zien. Aan hem dan ook alle heerlijkheid en macht. Glorie voor zijn Naam tot in alle eeuwigheid

Efeziërs 4:1-16

27 mei [2]

4:3

u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:…

4:10

om alles tot volheid te brengen.

4:12

om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon,…

4:15

maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.

Zo is dat. Wij zijn geroepenen en daarom moeten we, mogen we ons met alle nederigheid en zachtmoedigheid beijveren om de eenheid te bewaren door de band des vredes. Dat is duidelijke taal. We zijn geroepen en we moeten de eenheid bewaren. Daar moeten we ons voor beijveren. Het gaat kennelijk niet vanzelf. Kennelijk gebeurt het tegendeel vanzelf. En moeten we ons inzetten om daar geen voet aan te geven. Dat vraagt inspanning. De eenheid. Aan ons allemaal is dezelfde genade gegeven. Wij zijn genade kinderen. En zijn gena­de is ons genoeg. We zijn er vol van.

Talenten hebben we allemaal. Allemaal aparte gaven en opdrachten. Waarom? Om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon en om de volle kennis te berei­ken. We groeien dus in het geloof. We leren. We zitten in de leerschool. Daar hebben we elkaar bij nodig. Daar moeten we ook gehoorzaam luisteren. Dan worden we ook standvastig, anders worden we heen en weer geslingerd. Drei­gen we van het Woord der waarheid af te vallen. Begeven we ons in gevaarlijk gebied. Maar als we steeds groeien in het geloof en ons laten leren door het Woord van God, dan worden we steeds krachtiger en bestand tegen weerstand. Dan onderscheiden we goed waar het op aankomt. Dan staan we vast, dan groeien we naar Hem toe, waarin we vast verankerd zijn.

Heerlijk toch. We groeien almaar door. Er komt nooit een einde aan. En hoe groeien we? Door het Woord van God in te drinken. Door in kennis toe te ne­men. En door de Here God te laten regeren in je hart. Dan kom je goed uit. En wat Hij wil, vinden we in zijn openbaring. Daar hoeven we niets meer aan toe te voegen. Het staat er allemaal klip en kaar. We hoeven er niets aan toe te voegen We moeten alleen maar zorgen dat de gemeente groeit en verlichte ogen des harten heeft. Zo staan we samen in het lichaam. Samen: al de leden en delen zitten aan elkaar vast en deze groeien op in de genade en de kennis. Heerlijk dat we mogen groeien. Er komt geen einde aan.

Het groeit almaar naar elkaar toe. Bouwen in de liefde, heerlijk toch. Glorie voor zijn Naam. Geprezen zij de Heer. Het is zo simpel, dat je er aan voorbij neigt te gaan. Niet doen. Pas de simpele principes toe. Het is heerlijk om te ontdekken hoe gelukkig je daar van wordt. En je weet, je hoeft niet te wach­ten; je moet gewoon beginnen.

Dank U, Here Jezus dat U blijft roepen en richting geven. Wij belijden onze zonden en doen boete. Dank U Here, voor uw geduld met mij, met ons. We willen groeien en bouwen in de liefde aan uw lichaam, dat is de gemeente. Help mij op mijn plaats te blijven als dat deeltje met die gaven en die taken die U welgevallig zijn. Geprezen zij de Here God.

Efeziërs 4:17-32

28 mei [2]

4:17

wandelen, in de ijdelheid van hun denken,…

4:20

Maar gij geheel anders:…

4:23

dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken,…

4:27

en geeft de duivel geen voet.

4:32

Maar weest jegens elkander vriendelijk, barmhartig, elkander vergevend, zoals God in Christus u vergeving geschonken heeft.

Als het dan zo met je gesteld is dan mag je niet blijven wandelen in de duister­nis. Daar regeert je eigen verstand en je eigen wil. Maar nu ben je geheel ver­anderd. Gij geheel anders. Je bent een nieuwe mens geworden door Christus. Weg met alles wat bij het vlees hoort. Paulus noemt een rijtje en stelt het tegenovergestelde er tegenover. Daar gaat het om. Heerlijk toch. Prijs de Heer. We weten in de regel precies wat niet bij Jezus hoort. We proberen onszelf te rechtvaardigen en de schuld aan een ander te geven. Daar gaat het hier niet over. Hier gaat het over wat je zelf verkeerd doet. Er wordt niet gesproken waarom je verkeerd doet. Het gaat om de kracht van God in je leven. Daar weet je van en daar moet je je toe zetten.

Daar eindigt dit stukje mee. Het zijn weer dezelfde woorden. Het is weer het bekende liedje. Het is ook zo simpel. Maar het is ook zo moeilijk, dat het in de Bijbel steeds maar weer herhaald wordt. Je kunt het niet genoeg herhalen. Je moet het je eigen maken. Je moet vechten tegen het slechte, tegen de werken van de duisternis. Het verkeerde is zo maar bij je. Het lijkt wel of dat de nor­male weg is. Er kan niet dit gebeuren of we zitten er weer naast. Dat ligt niet aan God, maar aan de tegenstander van God, de duivel die ons steeds maar weer ongehoorzaamheid probeert in te fluisteren. Zoek het maar eens bij je­zelf. Waar zijn we de bocht weer uitgegaan vandaag, in woorden, gedachten en daden? Het is zomaar mis.

En het slot is. Je wilt toch ook niet anders, want Christus heeft, door zijn leven te geven aan het kruis van Golgotha, ons vergeving geschonken uit genade om niet. Zouden we dan ook ons niet haasten om uit gehoorzaamheid Hem te die­nen en lief te hebben en onze naaste als onszelf? Dan komen woorden als vriendelijkheid, barmhartigheid, elkander vergevend naar voren. Dan wordt er een samenleving opgebouwd op liefde. En daar gaat een geweldige kracht vanuit. Probeer het maar. Je zult het zien. Het werkt. Het gaat echt gebeuren. Heerlijk toch.

Wat een rijk evangelie. We kunnen er niet genoeg van krijgen. Wat een gena­de. Daar willen we bij horen. Doen. Geef je hart aan Jezus. Glorie voor zijn Naam.

Efeziërs 5:1-21

29 mei [2]

5:1

Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen,

5:2

en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.

5:8

maar thans zijt gij licht in de Here, wandelt als kinderen des lichts,…

5:14

Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

5:20

dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles,

5:21

en weest elkander onderdanig in de vreze van Christus.

Na al het voorgaande uitgelegd te hebben komt er een “dus”. Wandelen in de liefde. Geen hoererij en geen drogredenen. Dat hoort bij de duisternis. Het kan kennelijk niet sterk genoeg zijn dat Paulus waarschuwt en waarschuwt. Het kwam kennelijk voor. Anders hoefde hij er niet over te spreken. Het was toen dus ook dichtbij de leden van de gemeente. Een bedreiging voor de eenheid van de gemeente. Dat moet ontmaskerd worden. Dat mag je niet laten zitten. En al wat aan de dag komt is licht. Daar gaat het om. De wil des Heren doen. Heerlijk om dat te doen. Want door dat te doen, wandel je in het licht. Dan kom je niet in de knoei met de werken van de duisternis. Het klinkt allemaal zo heerlijk simpel. En dat is het ook. Je moet heel eenvoudig doen wat er staat.

Tegelijk moeten we ook beseffen dat de vijand constant op de loer ligt. En indien je dan dreigt de verkeerde kant op te vallen, dan moet je bidden dat je daarvoor beschermd wordt. Want het gevaar zit in een klein hoekje. Kijk maar naar de mensen die tegenvallen. Die het niet meer zien zitten. Die weer vast­geklonken worden door de wortel van de dood. Het zijn de zuigende, lokkende tentakels van leugen en bedrog. Als je erin verstrikt raakt, dan is het ontzet­tend moeilijk om er uit te komen. We weten daar allemaal van. Bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is. Kijk daar heb je zo’n voorbeeld. Als je je denken laat wegzakken in de drank, in je verslaving of wat dat dan ook, dan ben je overgeleverd aan krachten waar je zelf geen zeggenschap over hebt. Dan ben je overgeleverd aan het rijk, waar de duivel zijn strijd uitstrijdt met de Here God. God heeft ons ons verstand gegeven, opdat wij ons daarmee be­schermen tegen de verleidingen en verlokkingen. We geloven, maar ons ver­stand is nodig om staande te blijven, om te onderscheiden wat waarheid is en wat leugen.

Geen bandeloosheid, maar geestelijke vreugde en dankbaarheid en de vreze van Christus. Zo, dat is dan ook weer duidelijk. Een oud boek, volgens som­migen niet meer voor deze tijd. Het blijkt maar weer, dat het zo voor deze tijd geschreven zou kunnen zijn. Wat? Het ís voor deze tijd geschreven. Eerlijk en direct. Je kunt het meteen op jezelf toepassen. Aan jou de keuze. Door genade zijt gij behouden. Het is een gave Gods. Heerlijk. Dank U Here Jezus. Hoe zou ik verder kunnen zonder U?

Efeziërs 5:22-6:9

30 mei [2]

5:23

evenals Christus het hoofd is zijner gemeente;…

5:25

evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft,…

5:27

zó dat zij heilig is en onbesmet.

5:28

Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief;…

5:29

zoals Christus de gemeente,…

5:32

ik spreek met het oog op Christus en op de gemeente.

6:3

opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.

6:4

voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des Heren.

6:7

bereidwillig dienstbaar te zijn als aan de Here…

6:9

en bij Hem is geen aanzien des persoons.

Praktische lessen volgend uit het voorafgaande. We hebben ze eigenlijk niet nodig, als we het voorgaande toepassen in ons leven. Maar kennelijk waren deze regels voor de onderlinge relatie tussen mannen en vrouwen, ouders en kinderen, werkgevers en werknemers wel nodig. Het wordt heel krachtig neer­gezet. De man is het hoofd van het gezin, zoals Christus het hoofd is van de gemeente. Nou, nou. Dat is een nogal zware vergelijking. Als je hoofd bent op deze manier, dan geef je dus jezelf voor de ander. Dan heb je de ander lief, zoals jij liefgehad bent. Dan wil je de minste zijn, dan wil je dienen, dan wil je liefde bewijzen. Ga maar na alles wat over de aard van Jezus gezegd is. Dat is niet niks. Dienende liefde. Dat heeft niets te maken met de man als heerser over zijn vrouw. Dat heeft te maken met beschermende liefdevolle liefde. Dat is je geheel willen geven voor de ander. Haar beschermen, haar liefkozen, haar behandelen als broos vaatwerk, daar ga je voorzichtig mee om. Dat is een groot geheimenis, zegt Paulus. Hij spreekt met het oog op Christus en op de gemeente. Daar gaat het dan ook heel ver in. Je wordt dan ook één vlees. Je verlaat je vader en moeder. Je wordt één met de ander. Je wordt één met Christus, zijn lichaam. Je bent een eenheid in de gemeente, waarvan Hij het hoofd is. Hij woont in je. Je bent een eenheid geworden. Zo ook de man en de vrouw. De liefde maakt één. Daar is geen scheuring meer in te brengen. Het is een onverbrekelijke eenheid. Het gaat om heilige dingen.

Als het huwelijk vergeleken wordt met de Gemeente en haar hoofd Jezus, dan is het huwelijk een heilige zaak. Daar kunnen we niet serieus genoeg over denken. Het is een heilige zaak. Het is Gods zaak. Geen wonder dat Paulus er hier zo zwaar over spreekt. Het huwelijk is altijd al een aangevallen gebied, Gij zult niet echtbreken. Eenheid in liefde. We zien door de Bijbel heen, hoe hoererij en echtbreuk als duivelse angels proberen het leven van velen kapot te maken. Het begint al met de relatievorming. Wat een ellende vandaag aan de dag met de moderne opvattingen over relatie en seksualiteit. We worden ermee overspoeld. En we doen maar alsof het ons niets zegt. Het is vreselijk, wat we allemaal op ons netvlies tolereren. Het zijn de verleidingen van deze tijd. Het zijn de influisteringen van de satan. Het beeld van Christus als hoofd van de gemeente en de man als hoofd van zijn vrouw moet alle mogelijke gedachten van onheiligheid verbannen. Daar past alleen maar het woord: onvoorwaardelijke liefde.

Dat gaat over op de kinderen. Vanuit die eenheid in Christus, waarin Hij ons koestert en tuchtigt, voeden wij onze kinderen op in de tucht en de vreze des Heren. Zo eren wij onze ouders. Dat is zelfs het eerste gebod, waaraan een belofte verbonden is: “opdat het u welga en gij lang leeft op aarde.” Zo zijn we gehoorzaam als we in zijn dienst zijn. Als aan de Here. We doen, waarvoor we ingehuurd worden uit dankbaarheid en met plichtsbetrachting, waar we ook zijn. En de bazen hebben ook hun deel. Want als oneerlijk en hardheid hun beleid is, dan zal het hun vergolden worden.

Want bij God is geen aanzien des persoons. Een duidelijke zaak. Het kan geen kwaad, als we bij onszelf nagaan, waar we de zaak hebben te reinigen en te heiligen. Maak eens een lijstje waar je verkeerd zit. Soms zijn het maar kleine dingen, die een relatie danig verstoren. Waar moet je je in geven. Waar wil jij je wil opleggen, enz., enz., enz. We kunnen een boek vol schrijven, waar we elkaar tot last zijn. Wat zijn we toch laffe, vrome geesten. We hebben de mond vol over vroomheid en zelf gooien we er met de pet naar. Wat moet God met zulke ongehoorzame weerbarstige mensen. We moesten ons schamen. We doen er beter aan ons te haasten en te bekeren. En bekering begint bij je thuis, òf nog beter: in je eigen hart. Kijk maar eens wat daar voor geweldige rijkdom uit op kan bloeien.

Efeziërs 6:10-24

31 mei [2]

6:10

Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht.

6:11

om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels;…

6:14

waarheid,… gerechtigheid,…

6:15

bereidvaardigheid van het evangelie des vredes;…

6:16

schild des geloofs… waarmede gij… pijlen zult kunnen doven;…

6:17

helm des heils… zwaard des Geestes, dat is het woord van God.

6:18

bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken… in de Geest,… wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen;…

6:19

het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken,…

6:24

De genade zij met allen, die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben.

Standhouden. De strijd is hevig. Staan in de sterkte van de kracht Gods. Daar is alles tegen bestand. Het gaat niet om de mensen. Het gaat om de duivel die probeert te verleiden. Daar is een oplossing voor. Waarheid en gerechtigheid. Daar moet je je mee omgorden. En bereid zijn om het evangelie van de vrede te brengen. Het geloof staat vast. Dat dooft alle brandende pijlen. En wat kun­nen er een pijlen afgeschoten worden. Je wordt er gek van. Neen, blijf staan in geloof. En je zwaard is het Woord van God. Ze kunnen van alles beweren en tegen je tekeergaan. Jij komt met het Woord van God. En niets anders. En dat Woord van God hoef jij niet te verdedigen, want het Woord van God kan zich­zelf verdedigen. Het is zo dat het Woord ons verdedigt door het geloof en de kracht van God.

En daarbij volhardend bidden en smeken, dat we het evangelie kunnen blijven verkondigen, waar we ook zijn en hoe moeilijk het ook is. En wat kan het moeilijk zijn. Kijk maar naar Paulus, die zit in de gevangenis om het evange­lie. Wie weet hoe moeilijk ze het hem gemaakt hebben. En het evangelie toch maar bekend maken. Of ze het nu horen willen of niet. Doorgeven. En niet opgeven.

Wat een mooi stukje. De wapenrusting aandoen. Eigenlijk ook weer heel logisch na alles wat gezegd is. Het gaat om waarheid en gerechtigheid, geloof, woord van God, liefde en bereidheid. Onderdanig aan Christus en niet aan mensen. Volharden bidden en smeken. En dan zullen de boze pijlen vlieden en ons niet raken. Dan zijn we onaantastbaar. Dan spreken we Gods Woord. Dan gaan we niet in de aanval, maar Gods Woord is de aanval. Hij zal het doen, zijn kracht wordt in onze zwakheid volbracht. Dan zul je wonderen zien. En je ziet wonderen. De Bijbel staat er vol van. Dan word je steeds enthousiaster.

Wat steekt deze brief ons toch ook weer een geweldige hart onder de riem. We kunnen helemaal amen zeggen op het laatste vers. De genade zij met allen die onze Here Jezus Christus onvergankelijk liefhebben. Iedereen is uitgenodigd om mee te gaan op deze reis van recht en gerechtigheid, van liefde en ontfer­ming, van verzoening en vergeving. Het is een fantastische reis. Je hoeft al­leen je knie te buigen voor de uitnodiging van Hem, die zijn eigen leven gaf voor de zonden van de wereld. Alle zondaars mogen komen.