Hooglied 1:1-8

1 augustus [1]

1:4

Trek mij achter u mee, laten wij ons spoeden,
De Koning voerde mij naar zijn vertrekken,
laten wij juichen en ons in u verheugen,…

1:6

De zonen van mijn moeder waren hard tegen mij…

1:8

volg dan het spoor der schapen,…

Het lezen van het Hooglied brengt je op grote hoogten. Het is de aanbidding van de bruid en de bruidegom en andersom. In bloemrijke en onverbloemde taal. Wat is liefde voor de ander toch een kostbaar goed.

Je ziet hier de optimale uitwerking van liefde. Wat een mooie gedachten ko­men dan naar voren, die tot doel hebben de ander de hemel in te prijzen en het vurige verlangen weergeven het geluk van zowel de ander als jezelf te berei­ken. Het Hooglied zou moeten worden gelezen door mensen die het ongeluk van de ander op het oog hebben. Het zal je tot andere gedachten brengen. Of je zult het tenminste moeilijk krijgen om je eigen boze gedachten te houden. Of je wordt nog bozer, maar dat helpt soms ook om tot andere gedachten te komen.

Het gaat hier over God, die liefgehad wordt. De grote Koning, Die in grote liefde afdaalt naar zijn bruid. En de bruid die haar Geliefde niet kan vinden, want het volk is van God afgedwaald. Het heeft zich hard opgesteld tegen God. Is in zonde gevallen. Wie wordt anders met de Koning bedoelt in vers 4? Het is een beurtzang tussen de bruid, Israël, en de bruidegom de HERE God. Het is prachtig beschreven. Wat kan een volk ver afgedwaald zijn. En zo is het ook: het is een oproep om dicht bij Jezus te blijven. Want anders raak je de kluts kwijt. Dan is de liefde zoek.

Het is het Hooglied van Salomo. Hij had grote wijsheid van God gekregen. Hij wist ten volle dat het de liefde is die de naaste geen kwaad doet. En dat was zo en dat is zo. Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, maar de meeste van deze is de liefde. De Here Jezus zegt: Gij zult de HERE uw God liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw ziel, met geheel uw verstand, en met geheel uw kracht. Deuteronomium 6, het woord dat alle Joden op hun lippen hebben. En gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Zo is het: Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Als je weet wat je jezelf niet wilt laten overkomen, werk dan ook niet mee dat het een ander overkomt. Een eerlijke zaak. Hoe gemakkelijk hebben we de ander niet lief? Het begint al in kleine dingen. Het zijn ook de kleine dingen die het doen. Je moet je dan ook steeds weer inzetten om in de kleine dingen de liefde te betrachten. Maak voor jezelf vandaag de balans eens op waar je de liefde niet betracht. Begin dan bij de kleine dingen en streep eens aan waar je de fout ingaat. Let ook eens op hoe de ander de fout ingaat. Maar let vooral op de splinter in je eigen oog. We hebben het al vaak genoeg over de balk in andermans oog.

Het Hooglied is fantastisch. Wij zijn niet zo goed op de hoogte van de ooster­se kleuren en geuren, maar de schoonheid en de geweldige reuk druipt eraf. Het is ook een ontwapenend boekje, dat we niet in preutsheid aan de kant moeten gooien. Het is als het ware een kleinood, een bewijs hoe serieus God het meent met echte seksualiteit. We moeten dat niet wegstoppen in het gnif­felhoekje van jong en oud, maar er frank en vrij, in eer en ingetogenheid, mee voor de dag komen. De kinderen mogen zien hoe de ouders van elkaar houden en elkaar eren. De kinderen mogen ontdekken hoe een relatie in liefde een heilig goed is, waar je niet goedkoop mee omgaat. Het is de HERE Heilig. Het is een vurig verlangen om het goede voor de ander op het oog te hebben. De jongen gaat dan ook met het meisje om als iets kostbaars. Daar ben je zuinig op. Daar heb je de grootste waardering voor. Daar ben je niet hard tegen. In vers 6 wordt verteld dat de zonen van haar moeder hard tegen het meisje waren. Het gaat om de liefde en de waardering. Ze willen haar beschermen voor verleiding, maar wil ze dat zelf ook?

De man heeft een grote verantwoordelijkheid om het meisje, de vrouw hoog te achten. Paulus spreekt daarover in zijn brieven heel duidelijke taal. Kennelijk is het telkens weer zo dat de man de vrouw uitbuit. Als minder ziet. Maar de vrouw is de parel van de man. Het is het mooiste wat God gegeven heeft. Wat een geweldige schepping. Wat een zegen. Alleen al het lezen van dit eerste hoofdstuk doet ons weer recht op de voeten staan om te stoppen en radicaal ons te verzetten tegen alles wat de relatievorming kapot heeft gemaakt en maakt. We moeten weer bijbels leren denken over relatievorming. Dan zullen we ons bekeren en onze ogen afwenden van alles wat door de tegenstander van God als duivelse relatievorming en zogenaamde liefde aan ons is voorge­schoteld.

We kunnen hier nog uren over doordenken, maar ik weet nu al dat Hooglied een oproep is tot bekering. De weg die we mogen bewandelen, al genietend van de inhoud om weg te blijven van alles wat niet tot de liefde van God behoort. Als we bedenken dat hier de liefde van God tot zijn volk bezongen wordt, de liefde van Messias Jezus tot zijn volk, dan beseffen we nog meer de dubbele diepte ervan. Dat de echte liefde pas opbloeit als deze geborgen is in de liefde van Jezus. Waar Jezus is daar is grote liefde. Daar kan het leven helemaal niet meer stuk. Daar is de eeuwige bescherming door de grote liefde, die alle boze “liefdes”activiteiten wegjaagt in de bescherming van zijn liefdes­geboden. Je wordt er alleen maar enthousiaster van als je dit gaat ontdekken. En het is te ontdekken door iedereen. Prijs de HERE.

Hooglied 1:9-17

2 augustus [1]

1:12

Zolang de koning aan zijn tafel is,
geeft mijn nardus zijn geur

1:15

Zie, gij zijt schoon, mijn liefste,
o, gij zijt schoon,
uw ogen zijn als duiven.

1:17

de balken van ons huis zijn ceders
en onze panelen cypressen.

Het wordt omschreven in liefdevolle taal. Er kan geen inniger liefde bestaan. Bruid en bruidegom doen alles om elkaar te behagen. Ze willen één zijn. Ze willen elkaar beminnen. Ze willen in liefde voor elkaar ontbranden. God is de bruidegom en zijn volk is de bruid. Een beeld dat heel vaak terugkomt in de Bijbel. Het boek Hosea is er vol van. Niet alleen figuurlijk, maar ook letter­lijk. Hosea moet trouwen met een hoer. Uitbeeldend de afval van Israël. Lo-Ammi, niet mijn volk wordt het genoemd. Maar later wordt het weer Ammi, mijn volk, als God Zelf ingrijpt en de relatie met zijn bruid herstelt. Dat zijn heel belangrijke beelden. Wij zijn de bruidsgemeente zeggen we. Israël is de bruid. Uitverkoren door God. God is de bruidegom. De bruidegom komt. Houd je lampen brandende. Vergis je niet. Ga geen verkeerde weg op.

De balken van het huis van de bruidegom en de bruid zijn van cederhout en de panelen van cypressen. Het huis van God, was de mooiste die bestond. Wat een beeld. Als je Hooglied in dit licht ziet, dan wordt het nog mooier. Want hoe kun je de relatie tussen God en zijn volk mooier en intenser beschrijven dan vanuit de liefde tussen twee mensen. Zo is het ook met ons. De liefde tussen man en vrouw komt het dichtst bij de beschrijving van de liefde tussen God en zijn geliefde. Eigenlijk is die nog veel mooier. Want hoe kunnen we ooit vanuit ons perspectief beschrijven hoe groot de liefde van God is. Want als ik de Liefde niet had, ik ware niets, schrijft Paulus. We zien een tipje van de sluier opgelicht, als God ons, uit genade de vergezichten toont die Johannes mocht zien van de troon van God en de boog daaromheen. Het is fantastisch en dat is het huis met de vele woningen, waar ons een plaats bereid is.

Hooglied 2:1-7

3 augustus [1]

2:1

Ik ben een narcis van Saron,
een lelie der dalen.

2:2

Als een lelie tussen de distelen
zo is mijn liefste onder de jonge meisjes.

2:4

en zijn banier over mij was de liefde.

2:6

Zijn linkerarm is onder mijn hoofd
en zijn rechterarm ontvangt mij!

2:7

Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,…
…wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,

vóórdat het haar behaagt.

De bruidegom vindt zijn bruid tussen de distels. Kennelijk zijn de anderen distels. Zijn ze niet de bruid, zoals ze allemaal zouden moeten zijn? Waar zijn de andere meisjes gebleven? God wil toch heel zijn volk als bruid? De bruide­gom ondersteunt haar. Zijn banier over mij was de liefde. En dat is prachtig, want God wil geprezen worden. Hij heft de banier over de natiën. Hij wil geëerd en geprezen worden. Wij, zijn bruid, moeten Hem liefhebben. We moeten dicht bij Hem blijven. We moeten schuilen bij Hem. Want zijn linker­arm is onder mijn hoofd en zijn rechterarm is om mij heen. Wat een vertrouwd beeld. Wat een zegen. Wat een bescherming. Wat een liefde. Wie kan grotere liefde geven dan Hij, die zijn leven inzet voor zijn vrienden? En dat is ge­beurd. Dat is vast en zeker. God is God. God is liefde. Grotere liefde is er niet. Dat weet deze bruid. Dat moeten en mogen ook wij weten.

Deze liefde moet puur en rein zijn. Geen surrogaat en iet voor de juiste tijd. Geen hoererij, geen verkeerde gedachten. Alleen het echt(e) verbond in de basis van de liefde. Wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet vóórdat het haar behaagt! Hoeveel liefde wordt niet opgewekt voordat het het de behage­lijke liefde is? Dat is God een gruwel!

Hooglied 2:8-17

4 augustus [1]

2:8

Hoor – mijn geliefde!
Zie, daar komt hij,…

2:10

Mijn geliefde gaat tot mij spreken:…

2:11

Want zie, de winter is voorbij,…

2:13

De vijgenboom laat zijn vroege vrucht zwellen,…

2:14

Mijn duif in de rotskloof,…

2:15

Vangt ons de vossen,
de kleine vossen,
die de wijngaarden verderven,
nu onze wijngaarden in bloei staan.

2:16

Mijn geliefde is van mij en ik ben van hem,…

Het feest gaat door. De omschrijving is zo sierlijk, zo mooi. Het is door de ogen der liefde, dat bruidegom en bruid elkaar bekijken. Door de ogen der liefde ontstaat genegenheid en schoonheid. Door de ogen der liefde bloeit het hart op. Door de ogen der liefde vallen onvolkomenheden weg. De liefde be­dekt tal van zonden, de liefde doet de naaste geen kwaad. Al ware het, al ware het. Al ware het, enz., enz, maar had de liefde niet. Ik ware niets. Zo blijven dan… We weten het wel. Het is waar. Het werkt. Dus doen. Ook vandaag En je kunt altijd weer opnieuw beginnen. En je zult ontdekken dat het werkt.

De bloeitijd breekt aan. De vijgenboom laat zijn vroege vrucht zwellen. Dan weten we dat de zomer komt. Dan weten we dat de tijd vervuld is. Dan weten we dat het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen is. Dan weten we dat God ons oproept. Sta op, kom mijn liefste, mijn schone, kom! Dat is zijn oproep, want God heeft ons lief. Hij heeft ons zo lief, dat Hij zijn eniggeboren zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeu­wig leven hebbe. Nou als dat geen liefde is!

Wat moeten die kleine vossen die de wijngaard bederven er toch tussen? Het is uit het leven gegrepen is: Immers het zijn de kleine vossen die de wijngaard bederven. Het zijn de kleine dingen waarin we elkaar in kwetsen, pijn doen, el­kaar tegenkomen. Er is zo maar één woord nodig en de liefde gaat op de loop. Er is zo maar een blik en je bent de ander kwijt. Er is zo maar een gedachte en je bent niet meer op het spoor van de Heer. De kleine vossen, ja aangestuurd door de grote sluwe vos, de mensenmoorder van den beginne. Hij doet niets anders dan om ons van dat woord af te houden. En dat begint heel geniepig en gemeen. Dus: niet aan meedoen! Als je er niet aan meedoet – en daar moet je je voor inspannen – dan kost het ook geen moeite om, na een onderkende mis­stap, weer terug te keren. Het kost veel meer moeite om je te keren van een zonde, dan om te volharden om er niet in te vallen. Wat een ontdekking die kleine vossen hier in het Hooglied. De liefde kan zomaar verkeren in een kleine vos, terwijl onze wijngaarden in bloei staan. En wat is er mooier dan wijngaarden die in bloei staan. Daar gedijt de liefde en wil de liefde wonen. Weg met die vossen! En pas op dat je de liefde de echte liefde laat. Liefde die geheiligd is. Liefde waar de zonde niet in past. Liefde, die ondanks verlangen, kan wachten op de liefde tussen God en de bruid en de bruidegom. Liefde kan ook zo maar op hol slaan.

Hooglied 3:1-5

5 augustus [1]

3:3

De wachters, die in de stad hun ronde deden, troffen mij aan;
Hebt gij ook mijn zielsbeminde gezien?

3:5

Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
bij de gazellen of bij de hinden des velds,
wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet,
vóórdat het haar behaagt.

Het laatste vers is een herhaling van 2:7 Nu komt deze tekst dus weer. Een vreemd verhaal. Ze gaat ’s nachts op zoek op straat naar haar zielsbeminde. Wat zullen de wachters gedacht hebben? Als vrouw ga je niet midden in de nacht de straat op. Je bent buiten je zinnen. De verliefdheid heeft je te pakken en je doet dwaze dingen. Die wachters lopen op straat omdat het gevaarlijk is. Als de liefde je te pakken heeft, dan doe je dwaze dingen. Daar moet je voor oppassen. Het gaat ook mis. Ze brengt hem in de kamer van haar huis. Als dat maar goed gaat. En dat gaat in de meeste gevallen niet goed. Hooglied is een eerlijk verhaal. Dus wekt de liefde niet op en prikkelt haar niet, voordat het haar behaagt.

Echte liefde is geheiligd in elkaar. De liefde is volmaakt. De liefde prikkelt niet. De liefde ontstaat ten volle als er wederzijdse volledige overgave is en God geëerd wordt. Het is de volmaakte liefde tussen God en zijn volk en gemeente. De liefde is niet goedkoop. Het is geen emotie. Het is geen spel. Het is de eeuwige innige verbondenheid tussen man en vrouw. Daar gaat het om. Liefde doet de naaste geen kwaad. Lees het maar. Heerlijk om daar voor gewaarschuwd te worden. Want hoe vaak laten we de liefde niet los en wordt het een spel der onvolmaaktheid.

Een waarschuwing voor vandaag. Moeten we toepassen. Te beginnen bij ons­zelf. Neem eens een minuut en bedenk waar je je leven moet reinigen en heili­gen. Waar laat je sensuele prikkels toe. We hoeven alleen de tv maar te noe­men en er gaat een wereld voor ons open. Het doet ons al niets meer, omdat we al bevuild zijn. Maar onze echte liefde is dan ook besmeurd. Misschien wel zonder dat we het weten of bemerkt hebben. Weg die beelden. Het gaat om het echte behagen. Voor jongelui een fantastisch advies. We moeten het boek Hooglied niet van hen weghouden. Maar het hen als een spiegel van optimale liefde laten zien. De prikkels zijn overal. De hele kleding-opmaak-image-reclame-politiek is gericht op prikkels en opwekking van valse liefde. In wat voor wereld leven we eigenlijk? Geweldig toch dat we de weg gewezen krij­gen waar het veilig is. Je hoeft ’s nachts niet de straat op om met gevaar voor je leven de verkeerde liefde te zoeken. Fijn toch.

Hooglied 3:6-11

6 augustus [1]

3:11

Gaat uit, dochters van Sion,
aanschouwt koning Salomo, met de kroon,
waarmede zijn moeder hem kroonde
op de dag van zijn bruiloft,
op de dag van de vreugde zijns harten.

Goede adviezen voor de dochters van Sion. Salomo de koning der wijsheid. Salomo, Davids zoon. Nooit zal een zoon ontbreken op de troon van David. Davids grote zoon was Messias Jezus. En Hij leeft in eeuwigheid.

Kijk naar Salomo. Hij is gekroond. Hij heerst. Hij heeft Gods wijsheid ont­vangen. Volg hem en blijf naar hem luisteren. Zie op Jezus. Hij is je leidsman. We zien de troon van de overwinnende Messias. We zien Hem zitten op de troon. Prachtig. Hij strijdt voor ons. De vijanden aan zijn voeten. Hij gaf zijn leven om te verlossen. Hij weet wat lijden is. Maar Hij heeft onze zonden op zich genomen. En Hij vergeeft. Hij redt. Hij wijst de weg. Hij weet wat echte liefde is. Dat is het mooiste wat er is.

Dochters van Sion, dit is de weg. Een heerlijke tocht. Een heerlijke route. Een heerlijke stoet. Wij trekken mee. Wij gaan ook mee. Daar gaan we achteraan.

Hooglied 4:1-15

7 augustus [1]

4:1

Zie, gij zijt schoon, mijn liefste,
o, gij zijt schoon;…

4:9

Gij hebt mij betoverd, mijn zuster, bruid,
betoverd met één blik van uw ogen,…

4:15

Fontein der hoven, bron van levend water,
beken van de Libanon!

Je ziet het voor je. Prachtig. De bruidegom vergelijkt zijn liefste het met de mooiste vruchten, bomen, geuren die er in zijn tijd waren Het betovert je van alle kanten. Het is oogverblindend. Je kunt het niet weerstaan. Je kunt het niet mooi genoeg benoemen en bezingen. En in een land waar water schaars is, waar het een levensbron is, zegt vers 15: Fontein der hoven, bron van levend water, beken van de Libanon. Waar doet dat aan denken? De bron des levens, fontein van levend water. Wie van Mij drinkt zal nimmer dorst hebben. Wie van mij drinkt een fontein van levend water zal uit zijn binnenste opspringen. De liefde is als levend water. De volmaakte liefde. JEZUS. Daar gaat het om. Dat is het volmaakte huwelijk.

Let op. Hoe vullen wij de liefde in? Uit hartstocht of uit volmaakte liefde? We gaan nog verder met Hooglied. Het gaat hier over Salomo, die wijsheid van God had gekregen om de mensen ook de weg van de volmaakte liefde te wijzen ten opzichte van de HERE en ten opzichte van elkaar. Hoe kun je dat inniger en volmaakter beschrijven, dan de hartstochtelijke liefde tussen een elkaar beminnende man en vrouw?

Hooglied 4:16-5:7

8 augustus [1]

5:1

Eet, vrienden, drinkt,
en wordt dronken, genoten.

5:6

Ik deed mijn geliefde open,
maar mijn geliefde was weg, verdwenen!

5:7

zij rukten mij het overkleed af,
de wachters der muren.

Het wordt wel een drama. Ze zijn beiden onstuimig. Ze kunnen niet wachten. Ze hebben een vurig verlangen. Ze raken elkaar aan door de deur. En dan weg is hij. Zij gaat de straat op, maar vindt hem niet. De wachters treffen haar aan. Zij hoort niet op de straat in de nacht. Ze slaan haar en trekken haar overkleed af. Dat doe je toch niet, randen ze haar aan? Was hij dronken toen hij kwam? Was dat de manier om naar je geliefde te gaan?

De geliefden hebben elkaar aangeraakt door de kieren van de deur. Wat zou er gebeurd zijn als haar geliefde er nog was geweest? Ze spelen met vuur. Zou­den ze zich dan hebben kunnen bedwingen? Het is net goed gegaan. Pas op, laat de liefde de liefde tot het de tijd is. Prikkelt haar niet vóórdat het haar behaagt.

In hoofdstuk 3 was ze ook buiten op zoek naar hem. Ze trof de wachters van de nacht, maar vond ook hem en nam hem mee naar haar huis. Daar klinkt het: Ik bezweer u dochters van Jeruzalem… wek de liefde niet op en prikkelt haar niet, voordat het haar behaagt. Dat was een herhaling van hoofdstuk 2:7 en 3:5. Uit het leven gegrepen. Je komt niet als dronken man bij je geliefde en je klopt niet geheimzinnig in de nacht aan. Het lijkt op verkeerde liefde. Zo ga je als bruid niet met de bruidegom om. De relatie tussen God en de gemeente is heilig. Weest heilig, want Ik ben heilig. Volg niet de werken van de duisternis, de nacht. Dan word je opgepakt en geslagen. We zullen verder zien.

Hooglied 5:8-6:3

9 augustus [1]

5:8

Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
indien gij mijn geliefde vindt,
wat zult gij hem melden?
Dat ik bezwijm van liefde.

5:15

zijn gestalte is als de Libanon,
uitgelezen als de ceders.

5:16

Zó is mijn geliefde, zó is mijn vriend,
dochters van Jeruzalem.

6:3

Van mijn geliefde ben ik
en van mij is mijn geliefde
die te midden der leliën weidt.

De bruid beschrijft de bruidegom voor de dochters van Jeruzalem. Zij be­zweert hen hem met haar te gaan zoeken Ze beschrijft hem in de krachtigste termen voor hen. Nodig je de dochters van Jeruzalem, wie dat ook maar zijn, uit om samen je geliefde te zoeken? Je moet wel stapel verliefd zijn. Wat een omschrijving. De bruid kan alleen maar in overtreffende trap spreken. En dat kun je toch ook alleen maar als je het over je Geliefde hebt.

Zijn gestalte is als de Libanon komt een aantal malen nu al voor. Dat moet een machtig gezicht zijn geweest, de ceders van de Libanon Dat was prachtig hout. Daar is de tempel mee gebouwd. Schitterend. Hardhout. Wat een symbo­liek.

De bruidegom is veilig in zijn hof. Daar is hij actief om te doen wat hij moet doen. Ja, hij is verliefd, maar niet verleid. Moge hij beschermd worden en geheiligd zijn in de echte liefde, zoals God dat bedacht. Zou het hier over Salomo zelf gaan?

Het stukje eindigt met de totale eenheid van de bruid en de bruidegom. Chris­tus en zijn uitverkoren volk en de gemeente. Eén totale eenheid. Dat is het en dat blijft het.

Hooglied 6:4-12

10 augustus [1]

6:5

Wend uw ogen van mij af,
want in verwarring brengen zij mij;…

6:12

Ik kende mijzelve niet;
gij hebt mij op vorstelijke wagens geplaatst.

Wat gaan we toch langzaam door het Hooglied. Wat is daar toch de reden voor? Enerzijds is het prachtig om te zien hoe de bruid en de bruidegom elkaar vereren. Maar anderzijds ook dat het allemaal zo intiem is beschreven. Het behoort tot de intimiteit. Ze zijn aan elkaar uitgehuwelijkt. Maar zij mag mid­den in de nacht niet de straat op. Beheers je liefde. Er zijn grenzen. Wend uw ogen van mij af, want die brengen mij in verwarring.

Ja het is waar dat in de erotische wereld de ogen heel sensueel verleidelijk kunnen zijn. Je kunt je hoofd niet buiten de deur steken of een blad opslaan of er staat weer een of andere dame je halfnaakt aan te gapen. En je weet wel waarom ze dat doen. Het is nu zomer en je staat verbaasd hoe naakt de dames rondlopen. En we worden er allemaal door beïnvloed. Hooglied wordt voor mij steeds meer een waarschuwing om je af te wenden en je te wenden tot de intimiteit met de geliefde binnen het huwelijk. Hoe mooi is dat niet? Hoe ver­gooi je het als je je daar niet op richt. Hooglied heeft een dubbele boodschap. De eenheid tussen bruidegom en bruid besef je pas ten diepste als er een innige liefdesrelatie is in je huwelijk en andersom.

Geniet van de liefde. Maar laat je door lust en liefde niet meeslepen. Seksuele verleiding en uitspatting schaadt je inzet voor je werk. Hij moet in de wijn­gaarden werken, de zaak draaiende houden. Daar waar seks en lust je leven beheersen, gaat je verantwoordelijkheid op de loop! Echte liefde werkt!

Hooglied 6:13-7:5

11 augustus [1]

6:13

Wat wilt gij naar de Sulammitische zien
als naar de reidans van Mahanaïm.

7:3

Uw beide borsten zijn als tweelingjongen
van gazellen.

7:5

Uw hoofd op u is als de Karmel,
uw haardos is als purper:
een Koning is gevangen in die lokken.

Er wordt in Hooglied met grote woorden blijvend gezongen over de schoon­heid van met name de bruid. We hebben het hier al weer over de dans en over haar borsten. Maar die borsten zien we toch helemaal niet. Daar kunnen we het toch alleen maar over hebben in de binnenkamer van de intimiteit van de gemeenschap tussen man en vrouw? Waarom wordt dat zo uitbundig bezon­gen? De bruid ziet immers haar bruidegom aankomen. Probeert hem in haar kamer te trek­ken. En de bruidegom komt aangereden. Je kunt het vergelijken met de mooi­ste dingen die je kunt bedenken. Het hoort thuis in de intimiteit van twee geliefden. Anders wordt het voyeurisme en daar ga je de fout mee in. Zijn we nog in staat om het te scheiden, of zijn we ook aangetast door de geest van de tijd? Waarom moet je ook naar deze buikdanseres gaan kijken? Het roept seksuele gevoelens op. En dat moet juist niet.

We hebben onze hele samenleving vol met voyeurisme gestopt. Je kunt geen advertentie bekijken of er zit al onreinheid aan. We zijn er aan gewend dat mensen vreemd gaan. De Here Jezus is heel scherp. Hij kent het hart van de mensen. De wet zegt: Gij zult niet echtbreken. Ja goed; maar ieder die een vrouw aan­kijkt om haar te begeren heeft reeds echtbreuk gepleegd. Hoeveel echtbreuk wordt er dan niet gepleegd. Er komt geen einde aan. De hele samenleving is pervers gericht op echtbreuk. We moeten dan ook ons hart en oog kuisen. Waar blijft de radicale prediking over eer en eerbaarheid? Hooglied staat in het teken van de waarschuwing om rein en heilig te leven. God heeft de liefde tussen man en vrouw als het hoogste goed gemaakt. Daarom dient het geheiligd te zijn.

Hooglied 7:6-8:4

12 augustus [1]

7:12

Daar zal ik u mijn liefde geven.

7:13

De liefdesappelen geven hun geur,
en bij onze deuren groeien allerlei kostbare vruchten,
jonge en oude:
ik heb ze voor u, mijn geliefde, bewaard.

8:4

Ik bezweer u, dochters van Jeruzalem,
waarom wilt gij de liefde opwekken en prikkelen,
vóórdat het haar behaagt?

Opnieuw een herhaling van het tweemaal eerder genoemd vers. Het komt pal na een vurige beschrijving van opnieuw de schoonheid en het verlangen van de bruid. Nu zijn het borsten als dadeltrossen. Dadeltrossen zijn mooi en rijp. Prachtig. Je kunt het ook met het mooiste vergelijken.

Maar wat moet dat samen in het veld? Moet daar de liefde gegeven worden? Kennelijk waren de dochters van Jeruzalem de jongemannen aan het verlei­den. Ze gaan samen het veld in. Dat geeft toch geen pas. Zo ging het toch niet in het oosten? Je werd toch uitgehuwelijkt. Dat deden je ouders toch. Natuur­lijk konden de meisjes en de vrouwen de jongens wel verleiden. Maar dat wil nog niet zeggen dat dat goed is. Het lijkt meer op wat er tegenwoordig ge­beurt. Er is niets meer verborgen aan een meisje. Alles wat hier beschreven staat, wordt in kleding, in houding, in geur, in alles open en bloot tentoonge­steld. En daar krijgen we grote problemen mee. Dat kan niet.

Met deze tekst worden de dochters van Jeruzalem opgeroepen de liefde bij de jongemannen niet op te wekken en ze niet te prikkelen, voordat het de tijd is om lief te hebben en de liefde te geven. En dat is binnen en enkel binnen de exclusiviteit van het huwelijk, waar al deze omschrijvingen blijven binnen de vier muren van de liefdesverklaring en het liefdesspel. Het gaat om een rein en heilig leven. Dan komt het beeld van Christus en de gemeente ten volle tot uiting. Je mag groeien in de genade en de kennis. Je mag groeien in de liefde, maar je moet wel blijven binnen de grenzen die God stelt. Dat is pas echte liefde.

Hooglied 8:5-7

13 augustus [1]

8:6

Leg mij als een zegel aan uw hart
als een zegel aan uw arm.
Want sterk als de dood is de liefde
onverbiddelijk als het rijk van de doden de hartstocht,
haar vlammen zijn vuurvlammen,
een vuurgloed des HEREN.

8:7

Vele wateren kunnen de liefde niet blussen
en rivieren spoelen haar niet weg.
Al bood iemand alles wat hij bezit voor de liefde,
smadelijk zou men hem afwijzen

Lof der liefde, staat er in de NBG-vertaling boven. Maar beter is er boven te zetten: Bewaar je tegen de hartstocht. Heeft die eenmaal bezit van je geno­men, dan ken je geen grenzen meer. Dan ga je verkeerd.

Je kunt het natuurlijk positief bekijken. En dan heb je deze beelden ook. Maar omgekeerd is het ook waar. Was Salomo ook niet geboren uit de hartstocht van zijn vader. Zou Salomo daaraan gedacht hebben? En hoe had David daar­onder geleden. Zijn kind moest sterven. We hebben te maken met een heilig God, een verterend vuur. Spelen we met zijn liefde dan komt zijn toorn. Niet omdat Hij zo graag wil toornen, maar omdat wij onze gedachten en daden zo snel in hartstochten doorbrengen. En hoererij is een van de grootste zonden. Je kunt daar niet concreet genoeg voor waarschuwen. En dat gebeurt in Hooglied dan ook. Wie een vrouw aankijkt om haar te begeren, pleegt in zijn hart reeds echtbreuk. Nou daar zit de wereld, daar zit ook ons hart vol van.

Prijs de Heer voor zoveel zegen en zo’n eerlijke oproep om seksueel rein en heilig te leven. We zullen daar in onze perverse samenleving met veel meer kracht en geloof over moeten spreken. Te beginnen bij onszelf en het te pro­clameren, vooral aan onze jongeren die op moeten groeien in een van onreinheid vergeven wereld. En die door hun hartstochten in hun jonge jaren zomaar ver­keerd kunnen gaan. En als je eenmaal verkeerd gaat, dan is het heel moeilijk om terug te keren. Dat valt niet mee. Hooglied is een ernstige waarschuwing.

Hooglied 8:8-14

14 augustus [1]

8:8

Wij hebben een jonge zuster,
die nog geen borsten heeft.

Wat zullen wij met onze zuster doen
ten dage, dat iemand naar haar dingt?

8:9

Als zij een muur is,
dan bouwen wij daarop een zilveren tinne;
maar als zij een deur is,
dan sluiten wij haar af met cederen planken.

8:10

Ik was een muur
en mijn borsten waren als torens.
Toen werd ik in zijn ogen
als een, die overgave aanbiedt.

Wat een slotgedeelte van Hooglied! Over de jonge dochter kan nog geen lof­lied uitgesproken worden. Er kan nog niet gesproken worden over haar bor­sten. Ze is nog jong. Maar wat te doen als iemand naar haar dingt? Als zij een muur is, als zij geen dingen toelaat, als zij rein blijft, als zij in het gareel blijft, als zij niet verleidt, dan wordt op die muur van haar kuisheid een zilveren tinne gezet. Maar als zij een deur is, als zij de deur open doet, als zij een ander binnen wil laten, als zij toegeeft aan de verleiding, als zij met mannen lonkt, zoals we in de vorige gedeelten uitvoerig gezien hebben, dan zullen haar broers die deur dichttimmeren en haar beschermen dat ze niet verkeerd gaat.

Als de jonge dochter, die groter groeit en ook verleidelijk wordt een deur is waardoor ze kan gaan en anderen binnenlaten, dan sluiten wij haar af met cederen planken. We timmeren de zaak dicht. Ze moet een muur zijn, ze moet zich niet laten gaan. Ze moet de jonge mannen niet in verleiding brengen. Ze moet gaan leven met de man die voor haar bestemd is. Ze hoeft niet de straat op. Dat geldt toen en dat geldt nu. Wat zijn we ontzettend veel kwijtgeraakt.

Je bent als een muur, je blijft binnen de bescherming van de liefde. Je wacht tot het haar behaagt. Hij wordt verliefd en hij ziet haar als zijn bruid. Het is als de wijngaard van Salomo die bewaakt wordt. De weg verloopt ordelijk binnen de perken van de liefde, zoals God, de Schepper, die schiep.

Salomo had grote wijsheid ontvangen. Hij was rijk. Het ontbrak hem aan niets. Hier beschrijft hij de grote liefde tussen God en zijn volk. Wat een beelden komen we steeds weer tegen. Het gaat om de reinheid en de heiligheid van God en zijn volk, van Jezus en zijn volk en de daarop geënte gemeente. Hoe kun je dat dieper en mooier beschrijven dan met de zuivere liefde tussen een man een vrouw. Het is uit het leven geschreven.