Ruth 1:1-22

25 maart [2]

1:6

dat de HERE naar zijn volk omgezien had door hun brood te geven.

1:9

de HERE geve u, dat gij rust moogt vinden, ieder in het huis van haar man.

1:13

want de hand des HEREN is tegen mij uitgestrekt.

1:16

uw volk is mijn volk en uw God is mijn God;…

1:20

Noemt mij niet Naomi; noemt mij Mara,…

Ruth, een mooie naam. Een naam van een sterke vrouw. Een vrouw met durf en kracht. Een sterke persoonlijkheid. Naomi is weggegaan, haar zoons heb­ben heidense vrouwen genomen. Mocht dat? Neen! Nu zijn alle drie de man­nen dood. Hoe moet het nu met het lossen? Waar is de losser? En Naomi is te oud om nog zonen te baren. Naomi stuurt haar schoondochters terug. Laten ze mannen van Moab zoeken. Bij Naomi is niets meer te verwachten. Dan zijn ze tenminste nog onder de pannen. Tenslotte gaat Orpa, maar Ruth blijft.

“Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.” De overbekende woorden van iemand die God wil dienen en volgen. En zo komen ze terug in het land bij Bethlehem. Een bekende plaats. Daar waar Jezus is geboren in de stad Davids. De mensen uit Bethlehem staan verbaasd dat Naomi na zoveel jaren terug­keert. Ze roept “noem mij niet Naomi, maar Mara, want ik heb veel geleden.” God heeft niet naar haar omgezien. Hoe moet dat nu? Wie moet haar schoon­dochter lossen? Ze heeft veel verdriet. Ze kan er niet meer tegen. Wat een ver­driet. Wat een straf van God. Ze zijn ongehoorzaam geweest. Wat zal het daar dan ook gegonsd hebben van de geruchten.

Het is een verhaal apart. Ruth, een prachtig verhaal. Een verhaal om een prachtige film van te maken. Het is een liefdesverhaal. Je kunt er ook een prachtige roman over schrijven. Ik zou er zo zin in hebben. Wat een trouw van Ruth om vast te houden aan haar bedroefde schoonmoeder. Of speelde er meer in haar hoofd? Boaz? Ik denk het niet. Hij was een ontwikkeld man. We zullen zien. Een prachtig verhaal, uitnodigend om verder te lezen.

Ruth 2:1-17

26 maart [2]

2:1

Naomi nu had een bloedverwant van haar mans kant, een zeer vermogend man…

2:5

Bij wie behoort deze jonge vrouw?

2:11

alles wat gij voor uw schoonmoeder gedaan hebt na de dood van uw man,…

2:12

en uw loon valle u onverkort ten deel van de HERE,…

2:16

opdat zij het opleze; vaart niet ruw tegen haar uit.

Ruth bleef niet thuis zitten. Ze ging erop uit. Ze ging aren lezen. Van de vroe­ge morgen tot de late avond. Boaz zag het en vroeg wie zij was. Misschien was ze wel opvallend omdat ze geen Joodse was. En, o ja, Boaz wist het: “dit is de vrouw die met Naomi gekomen is.” Hij had het uitgebreid gehoord. Hij spreekt haar aan en zegent haar. Zij heeft zich na de dood van de man van Naomi en de dood van haar eigen man voor haar schoonmoeder ingezet. “De HERE belone u voor wat u hebt gedaan.” Boaz doet alles om het haar naar de zin te maken. Zij mag mee-eten en zij mag extra oplezen. Aan het einde van de dag heeft ze dan ook heel veel om mee te nemen. Ze is verbaasd wat haar is overkomen. Hoe is het mogelijk? Zegen als vreemde in dit land van één van de voornaamste en rijkste boeren. Wat een wonder. En dat, omdat ze Naomi had verzorgd en haar niet had verlaten. Dat was bekend geworden in het dorp. Geen normale zaak. Je trekt niet mee met je schoonmoeder, die je ook niets te bieden heeft. Geen man en geen toekomst. Maar toch trok ze mee. Ze zei “uw volk is mijn volk en uw God is mijn God.” Wat was er gebeurd dat ze zo vast­besloten was om haar land en cultuur te verlaten? Ze ging mee. Ze wist het zeker.

Wat hier opvalt, is dat ze bekend staat omdat ze haar schoonmoeder die in moeilijke omstandigheden terechtgekomen was, verzorgde en troostte. Naomi ervoer dat de Here tegen haar was. Haar man en haar pensioen in haar zonen en schoondochters was weggenomen. Hoe moet ze nu verder? En het valt niet mee om berooid terug te komen in je land. Om dan in die moeilijke omstan­digheden zelf alles op te geven om je ouders te helpen, terwijl je zelf ook niets hebt, dat is liefde. Dat valt op. Dat was het wat Boaz opgevallen was. Het was voor hem een fluitje van een cent om Naomi te helpen. Ze was ook nog fami­lie van hem, via Elimelechs kant. Niet de familieband maar de liefde van Ruth, de vreemdeling, voor haar schoonmoeder bracht zijn hart in beweging.

Het was de Here die zijn eigen wet in vervulling bracht. Had Hij niet in de tien geboden laten zeggen: “Eert uw vader en uw moeder, opdat uw dagen ver­lengd worden in het land, dat Ik u geven zal”? Er is een belofte verbonden aan het eren van je vader en je moeder. Dat betekent dat je hen moet eren, juist als ze ouder worden en als ze het moeilijker krijgen. Als het jou niet uitkomt. Als jij andere dingen aan je hoofd hebt. Als jij in de roes van het leven geen tijd voor ze hebt. Dat betekent dat je ze moet eren als je ze eigenlijk niet zo erg mag omdat ze je dit en dat hebben aangedaan in je leven. Wat een moeilijke opgaven. Vandaag aan de dag wordt de ouders van alles in de schoenen ge­schoven. Maar daar gaat het in de wet niet over. Je moet je vader en je moeder eren. Niet om hun verkeerde dingen, maar omdat ze je vader en je moeder zijn. Dan komt alles in de goede verhouding te staan. Dat is ook de basis om te begrijpen, dat God door de geslachten werkt. Dat is ook de basis om de band te behouden. Dat is ook de band om de liefde bij elkaar op te wekken. Zeker als die weggezakt is om wat voor reden dan ook. Want wat is er een haat en nijd in familieverbanden. Weg ermee. Vergeven en opnieuw beginnen. Boaz zegent Ruth voor haar onvoorwaardelijke zorg voor haar schoonmoeder. Hoe staat het met ons? Ga vandaag aan de slag met je familie. Doe wat. Het zit al­tijd in de kleine dingen. Vergeef en ga.

Ruth 2:18-23

27 maart [2]

2:19

Gezegend zij hij, die zijn oog op u heeft geslagen!

2:20

Die man is aan ons verwant, hij is een van onze lossers.

Wat een zegen. Wat een vreugde. Ruth en Naomi kunnen hun geluk niet op. Ze mag mee met de arbeidsters van Boaz. Ze hoeft niet meer bang te zijn. Kennelijk waren de knechten ruw tegen de aren plukkende meisjes. Het waren de armen die dat deden. Het mocht volgens de wet, maar de ruwe arbeiders zullen lelijk tegen hen gedaan hebben. Boaz zegt het tweemaal: “weest niet ruw tegen haar.” En Naomi zegt het hier ook “opdat men u op een ander veld niet hard valle.” Wat deden die knechten dan? Joegen ze ze weg? Deden ze lelijk tegen haar? Of waren ze niet veilig bij al die mannen? In ieder geval het was geen gemakkelijke taak om achter de ruwe mannen aan toch nog wat aren te kunnen oplezen. Je had het al zo moeilijk en nu moest je ook nog met zo’n stelletje ruwe mannen de dag doorbrengen.

Wat een goddelijk ingrijpen voor Ruth en Naomi. Boaz, één van hun lossers. Wat zullen ze blij zijn en de HERE gedankt hebben voor dit ingrijpen. Na zo­veel ellende in hun gezin toch een vleugje hoop. Dank u, HERE.

Zie de positieve dingen van de dag. God heeft altijd een venster open naar het licht. Hij is het licht. Temidden van alle moeilijkheden wil Hij er zijn om zijn weg naar het licht wijd open te houden. Vergeet dat nooit. Heerlijk zo’n kort stukje met zo’n perspectief. Een prachtig verhaal. We gaan verder.

Ruth 3:1-18

28 maart [2]

3:9

Ik ben Ruth, uw dienstmaagd: spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd, want gij zijt de losser.

3:10

doordat gij geen jonge mannen nagelopen zijt, hetzij arm of rijk.

3:11

want ieder in de poort van mijn volk weet, dat gij een deugdzame vrouw zijt.

3:12

maar er is nog een losser, nader dan ik.

3:18

want die man zal niet rusten, voordat hij vandaag deze zaak tot een einde heeft gebracht.

Wel een gewaagd verhaal. Op de dorsvloer bij de man slapen. Ja, hij is in een diepe slaap gevallen. Want de wijn heeft hem wel doen inslapen. Hij zal er ook niets van gemerkt hebben dat er een vrouw aan zijn voeten onder zijn de­ken ging liggen. Het hart zal wel in de keel gebonsd hebben van Ruth. Ze rook heerlijk. Ze had zich er helemaal voor klaar gemaakt. Deze Boaz is losser, zei Naomi. En zo gebeurt het. Ruth doet wat Naomi zegt. En dan wordt Boaz wa­ker en tot zijn schrik ontdekt hij de vrouw en hij erkent dat hij losser is. Op­nieuw prijst hij Ruth. Ze is geen losbol dat ze de jonge mannen achterna ge­gaan is. Niet de arme en niet de rijke. Ze is een deugdzame vrouw. Dat is ie­dereen opgevallen. Dat was kennelijk niet de verwachting. Zeker niet van een Moabitische, die niets te maken had met de Joodse voorschriften.

Boaz erkent dat hij losser is, maar er is nog iemand nader dan hij. Hij zal doen wat ze gevraagd heeft, maar hij zal het eerst uitzoeken met die andere losser. Ze komt thuis met veel gerst. Naomi is zeker van haar zaak en zegt: blijf rustig wachten. Boaz zal erop terugkomen. Het is zeker. Boaz is een rechtvaardig man. Hij doet wat hij zegt. En dan wachten ze rustig af. Wat een prachtige ge­schiedenis.

Ruth 4:1-22

29 maart [2]

4:8

En de losser zeide tot Boaz: Koop gij het voor u. En hij trok zijn schoen uit.

4:10

ook Ruth, de Moabitische, de vrouw van Machlon, verwerf ik mij tot vrouw om de naam van de gestorvene op zijn erfdeel in stand te houden.

4:13

En de HERE schonk haar zwangerschap en zij baarde een zoon.

4:17

en zij noemden hem Obed. Deze is de vader van Isaï, de vader van David.

Een Moabitische in het geslachtsregister van Jezus. Het gaat wel langs heel bijzondere lijnen. Wie had dat kunnen bedenken. God treedt handelend op tot in de kleinste details. Zijn wetten en regels waren beschermend. Het lossen zorgde ervoor dat niemand zou kunnen verarmen. Het bleef in de familie van de overledene. Naomi kwam berooid terug. Misschien was het wel zo dat ze niet zeker was dat zij zou worden gelost. Misschien was het wel niet meer in ere. Naomi verkocht haar grond, maar zij werd gelost. Het is gebeurd. En de grond bleef in de familie. Boaz huwde Ruth en er kwam een kind, Obed. En deze Obed is de vader van Isaï en Isaï is weer de vader van David, de grote koning. De koning, die helemaal geen koning had kunnen zijn, want hij was de jongste uit zijn familie, en die maak je toch niet de belangrijkste. Maar zo gaat God te werk. Hij heeft zijn eigen plan met de wereld. Hij gaat zijn gang. En Hij vraagt van ons om Hem gehoorzaam te volgen om na te gaan wat Hij doet, om dan in gehoorzaamheid zijn geboden te volgen.

Ruth was een deugdzame vrouw, dat wist iedereen. Ze was niet de mannen achterna gegaan. Het gaat er dus om, om in de geboden en de bescherming van God en van Koning Jezus te blijven. Kennelijk gaan velen daar buiten. Wij worden ook iedere keer aangevallen en we dreigen buiten de liefdesgeboden van God te gaan. Niet doen, blijf bij Hem, dan gaat het goed. Wat een heerlijk verhaal. De ene man wil niet lossen; het wordt officieel bekrachtigd in de poort. Tien mannen zijn getuigen. Als bewijs geeft de één de ander de schoen en het is beklonken. Het staat allemaal beschreven. Moet je eens lezen.

Wat een goede gedachte. Als economen moeten we daar veel meer mee doen. Want wat is er een afschuwelijke verarming in de wereld, als door armoede mensen geen grond meer hebben, een land in de schulden raakt en overgele­verd wordt aan de grootgrondbezitters, de kapitalisten, die niets anders doen dan rente op rente boeken en de boel afknijpen zodat steeds meer mensen in armoede terechtkomen.

In wat voor goddeloze wereld leven we eigenlijk? Het is toch verschrikkelijk hoe we Gods geboden met voeten treden. Daar moeten we wat aan doen. De wereld wordt op een vreselijke manier geoordeeld. Waar hebben we die ander een beker koud water gegeven? We geven niets. We eisen alleen maar meer en meer. De simpele bijbelse principes zijn een liefdevolle, vredestichtende, ex­plosief groeiende gedachte. Op deze principes kan een geweldige welvaart gebouwd worden, want iedereen komt aan zijn trekken. Het is basis voor elke samenleving. Het is samen optrekken en iedereen meenemen, juist ook de zwakkeren, die, omdat ze mee getrokken worden, een wezenlijke bijdrage le­veren voor het totaal. We zijn toe aan een nieuwe economie.